Tijd is rijp voor stichten van centraal beleidsorgaan voor middenstand Behoefte aan eigen studiecentrum met goed uitgerust wetenschappelijk bureau schrijft H. POST Safeway nu ook in Duitsland |~\e tijd is rijp voor het stichten van een centraal beleidsorgaan voor de middenstand. Men zou het de Stichting voor het Midden- en Kleinbedrijf kunnen noemen. Het zou moeten optreden als overkoepeling van de vier middenstands bonden. Dit orgaan heeft een eigen studie centrum nodig met een goed uitgerust wetenschappelijk bureau. De reeds be staande instituten van de middenstand zullen hun coördinatiepunt moeten vinden bij dit studiecentrum. pit heeft de heer H. Post, directeur van het algemeen Waarborgfonds voor de Middenstand betoogd in de Kroniek van het Ambacht en hij herhaalt dit betoog in het zojuist verschenen jaar verslag van het AWM. Hij pleitte al langer voor meer samenwerking tussen de instituten van de middenstand. „Centrali satie", zegt hij nu, „is een lange en tijd rovende weg. Daarbij is het nog helemaal niet zeker of langs die weg ook optimale successen kunnen worden bereikt. De situatie van dit ogenblik vraagt echter resultaten op korte termijn, vooral wan neer het gaat om de coördinatie van concrete activiteiten in het operationele veld. De middenstandsbonden zullen, zo nodig samen met de overheid, de juiste wegen moeten vinden om tot die coördi natie te komen. Het is van belang daarbij geen al te strakke lijnen te trekken. Geval voor geval moet bekeken worden welke methode men het beste kan kiezen. Het jaar 1963, zo zegt de heer Post, heeft in het teken gestaan van een groei ende samenwerking tussen grootbedrijf en midden- en kleinbedrijf bij de stichting van nieuwe winkelcentra in nieuwe woon gebieden. Die samenwerking is gebaseerd op een nuchtere erkenning van gemeen schappelijke belangen. Zowel het groot bedrijf als het midden- en kleinbedrijf hebben belang bij de stichting van attrac tieve, niet te dure en harmonieus samen gestelde winkelcentra. Men is daarbij van elkaar afhankelijk. De grootbedrijven zijn de magneten die het publiek aantrek ken. Zij hebben een grote zuigkracht en zijn van grote betekenis voor de econo mische mogelijkheden van het winkel centrum als geheel. Mede daardoor zijn zij ook van betekenis voor de afzonder lijke bedrijven. De zaken van het midden- en kleinbedrijf geven aan een winkel centrum de noodzakelijke „body". Zij geven de ruimtelijke uitgebreidheid, de variatie. Zij moeten ook grotendeels voor de sfeer zorgen. Maar daarnaast hebben zij tot taak de noodzakelijke specialisatie in te brengen. „Daarom is deze wonder lijke broederschap niet zo vreemd als velen op het eerste gezicht zullen denken", zegt de heer Post. Dat beide partijen die onderlinge af hankelijkheid hebben onderkend en ook bereid zijn daaruit de consequenties te trekken is het grote winstpunt van de laatste jaren. De samenwerking, die nu groeit, en die langzamerhand vorm begint aan te nemen kan een omwenteling bete kenen in de manier waarop planologisch winkelcentra tot stand komen. Zij kan voor de middenstand zeer heilzaam zijn mits die samenwerking in goede banen wordt geleid. Maar dan moet de midden stand van haar kant ook beschikken over deskundigen, die met gezag kunnen spre ken. Dit laatste punt nu zal in de komen de tijd de volle aandacht van de midden stand vragen. _^_ls aanvulling op een onderzoek dat door het Economisch Instituut voor de Middenstand is ingesteld naar de positie van de middenstand in de nieuwe winkelcentra (in de ruimste zin dan) heeft het Algemeen Waarborgfonds nu nieuwe gegevens daarover bekend ge maakt. Zij komen op de volgende conclu sies neer: 1 De buurtwinkelcentra zijn in het algemeen voor het midden- en kleinbedrijf een niet omstreden domijn. Het neemt daarin een zeer sterke positie in. Het verzorgingsgebied is in het algemeen te klein voor de omvangrijke vestigingen van het grootbedrijf. In sommige grotere buurtcentra treft men wel vestigingen aan van het grootbedrijf en met name zelf bedieningszaken. 2 In de wijkcentra, die een veel groter verzorgingsgebied bestrijken, neemt het grootbedrijf naar verhouding een sterke positie in. Er zijn daar talrijke vestigingen van het grootbedrijf. Er zijn zelfbedie ningszaken en supermarkten, die zich in de richting van het warenhuistype ont wikkelen. De positie van het grootbedrijf is sterker naar gelang het verzorgings gebied groter is en zwakker naarmate het kleiner is. Vooral in grote wijkcentra is de positie van het zelfstandige levens- middelenbedrijf zwak. 3 In stadsdeel-centra is de positie van het grootbedrijf zeer sterk. Daar komt de „gewone" middenstander met een of twee zaken er doorgaans niet aan te pas. Voorzover daar vestigingen van het midden- en kleinbedrijf voorkomen be treft het veelal speciaalzaken van mid denstandsondernemingen met vier tot vijf filialen. 4 De zogenaamde shopping centers worden in het algemeen beheerst door het grootbedrijf met daarnaast vestigingen van grote en kleine filiaalbedrijven. 5 De laatste tijd zijn de factoren welke ten nadele van het midden- en kleinbedrijf werken nog in aantal en kracht toegeno men. Als er geen bijzondere maatregelen worden genomen om de ontwikkeling voor het midden- en kleinbedrijf in gun stiger banen te leiden zal in de toekomst nog meer terrein aan het grootbedrijf moeten worden afgestaan. De maatrege len, die in het nadeel van de midden stand werken, zijn meestal van structu rele aard en kunnen niet gemakkelijk worden uitgeschakeld. Deze laatste factoren zijn ondermeer: een tekort aan goede ondernemers, te weinig kapitaal, te lange aanlooptijd in nieuwe wijken, te hoge huren, gebrek aan invloed op de planologie. gafeway Stores Ine uit California, het op een na grootste levensmiddelen- bedrijf in de VS en in de gehele wereld, heeft thans ook in de Bondsrepubliek vestigingen. Safeway nam van Waren- Handels Gesellschaft mbH twee winkels in Hamburg over. Safeway is reeds enige jaren in Engeland gevestigd. 848

Ariadne nl | 1964 | | page 8