Verbod van reclame is de nieuwe Haarlemmer olie Ik niet Ariadne Accepteren van verantwoordelijkheid voor eigen welzijn hebben we nog niet bereikt Hofstad hanteert voortaan aanhalingstekens als vignet Dick Schiferli 21-12-72 Ariadne 1635 Een verbod van reclame wordt het wondermiddel tegen alle kwalen van slechte gebitjes tot een over maat aan vitamine D. Steeds vaker wordt deze nieuwe Haarlemmer olie aangeprezen. Afgelopen donderdag weer op een bijeenkomst in Nieuws poort, waar Miriam Spiering, redac trice van Prinses, een prijs kreeg van het Voorlichtingsbureau voor de voeding, voor haar artikelen over „eten in Nederland". Dit maal was het een vertegen woordiger van het Ivoren Kruis die voorstelde een reclamestop te leggen op voedingsmiddelen met een over consumptie. Toen waren al diverse suggesties gedaan over wettelijke in perking van reclame, door aanwe zige journalisten en leden van een forum over „voeding en reclame". Prof. dr. C. den Harlog, oud hoog leraar in de voedingsleer, had bij van Baarle Zeylstra gevonden dat reclame gewoonten kweekt, smaken wijzigt en ideeën ingang doet vinden. („Dat werd later gerelativeerd door Intermarco-directeur A. Emens: „Re clame kan een mentaliteit niet ver anderen". Hij kon daarbij verwijzen naar een andere uitlating van prof. Den Hartog, dat al die advertenties voor vermageringsmiddelen zinloos zijn, omdat de mensen na hun kuur terugvallen in hun oude, verkeerde eetgewoonten. Want: „de mensen hebben geen zelfdiscipline"). Reclame kan, volgens prof. Den Hartog in letterlijke zin doodsge- vaarlijk zijn. Als voorbeeld noemde hij het adverteren van babyvoeding in India. Dit brengt jonge moeders in dat land er toe borstvoeding te vervangen door de op zichzelf „voor treffelijke kunstvoeding". Maar om dat het geld ontbreekt verdunnen ze die met smerig water en zo raken de babies ondervoed en krijgen soms bovendien infectieziekten. Allemaal door „de domheid van de fabrikan ten". Niet alles wat de hooggeleerde aanvoerde was zo eenzijdig. Hij zei ook dat mensen pas geïnteresseerd zijn in hun gezondheid als ze die kwijt zijn. De overtrokken voorstelling van de macht der reclame werd ook ge corrigeerd door mr. C. G. Barnas- coni, marketing director bij Van den Bergh lurgens. Overvoeding, zei hij, is een tamelijk recent verschijn sel, maar reclame hebben we al tientallen jaren. Wie goed luisterde kon toch die middag als lering mee naar huis nemen dat verbetering moet begin nen bij de opvoeding. De hoofdinspecteur van de volks gezondheid R. Drion had er in zijn inleiding op gewezen dat matigheid temidden van overvloed geen aange name propositie is voor een generatie die voedselgebrek heeft gekend en die haar kinderen beter gunt dan ze het zelf gekend heeft. De producent geeft ruimschoots informatie, en de niet-commerciële voorlichting mist de financiële moge lijkheden om met evenveel kracht en even grote frequentie haar bood schap te brengen. („Een taak voor Sire?" werd er gevraagd). De geëmancipeerde consument heeft recht op gelijkwaardige infor matie, zei de heer Drion. En bij vroeg direct na deze uitspraak: Is die consument wel zo geëmanci peerd? Zijn eigen antwoord luidde: „Het accepteren van verantwoor delijkheid voor het eigen welzijn is een vorm van emancipatie waaraan wij nog niet toe zijn, een doel dat nog niet is bereikt. In feite is het een nieuw doel, dat meer te maken heeft met opvoeden dan met voorlichting zonder meer. Gezondheidsvoorlichting en -op voeding moeten de mens alternatie ven bieden voor minder juist gedrag en leren hem werken met eigen be perkingen en eigen mogelijkheden. „De kennis die hiervoor nodig is, moet al van jongsaf worden bijge bracht. Op school eigenlijk al. Dat gebeurt alleen nog steeds niet in Nederland. De volwassen consument moet nü nog leren ondersoheid te maken. Er worden besluiten van hem verwacht, waarvoor hij gegevens no dig heeft. Niet zo nu en dan, maar voortdurend. En krijgt de consument deze essen tiële gegevens? Hier ligt de grote verantwoordelijkheid van de produ cent t.a.v. zijn produkt en van de reclame die hij ervoor maakt, maar de even grote verantwoordelijkheid van de voorlichting". Vanuit de zaal merkte dokter De Wijn op dat voedingsvoorlichting nu een wetenschap is waarbij de reclame zou kunnen helpen. De boodschap van de goede voeding alleen doet het niet want „we weten niet welke fac toren de keuze van de massa beïn vloeden. Hij meende de inbreng nodig te hebben van een vijftal disci plines, waaronder de reclame. Dick Hoogendoorn, grafisch ontwerper in Haastrecht, heeft een nieuwe huisstijl ontworpen voor Hofstad Druktech niek en Hofstad Vakpers in Den Haag. Het gaat om één vignet, dat in twee kleurstellingen wordt gebruikt licht- en donkerblauw voor de druk kerij en licht- en donkergroen voor de uitgeverij. Het vignet is afgeleid van de aanhalingstekens: „het is im mers ons vak om anderen het woord te geven, om enigen te laten commu niceren met velen." Het nieuwe ge zicht van de beide bedrijven is onder meer via een brief geïntroduceerd bij de buurtbewoners rond het Hofstad- pand, oj> een tekst van Jaap de Kreek. Beste Richard, Ik wilde en wil er geen probleem- (pje) van maken. Maar wil je wél door dit briefje alsnog te publiceren er bekendheid aan geven, dat de kop boven mijn brief „En ik dan?" niet van mij maar van de redactie af komstig was? Het is een aanmatigen de kreet, waarvoor ik niet graag aan gezien word.

Ariadne nl | 1972 | | page 13