VEA-STER „Dat is makkelijk Zijn naam is Klein NPO: drie adjunctdirecteuren weekblad reclame marketing 1662 Ariadne 21-12-72 (vervolg van voorpagina) STER noch in de Omroepwet blijkt van enige bevoegdheid van de minis ter om een tariefstoeslag vast te stel len, laat staan van enige bevoegdheid van de privaatrechtelijke stichting STER om medewerking te verlenen aan door de minister opgelegde toe slagen. Als echter de toeslag moet worden beschouwd als een tariefsverhoging, dan is dat onwettig want de verhoging is niet goedgekeurd door de reclame raad. Toen de minister zich vervolgens beriep op artikel 49 lid 2 van de Omroepwet, waarin staat, dat bij een verschil van mening tussen de Recla meraad en de STER de minister be slist, deed hij dat ten onrechte omdat er van geen verschil van mening sprake was. Een brief van jhr. W. van Andringa de Kempenaer, voorzitter van de Reclameraad, bewijst immers, dat de heffing van de 5 nooit aan de Reclameraad ter goedkeuring is voorgelegd. Uit de brief blijkt voorts, dat de raad de heffing on zeer wezen lijke gronden zou afkeuren, indien aan haar ter beoordeling voorgelegd. Namens de STER schetste mr. F. H. J. Mijnssen nog eens de gang van zaken. De Reclameraad keurde de tarieven voor 1973 van de STER goed, zij het met enige restricties. Over die restricties berichtte de raad aan de minister en zond een kopie naar de STER: wij gaan akkoord met de nieuwe tarieven, exclusief de 5 toeslag, stond er in. Toen schreef de minister aan de STER: de Reclame raad heeft haar goedkeuring aan de 5 onthouden, ik constateer een verschil van mening tussen de Recla meraad en de STER, dan zal ik zelf beslissen op grond van artikel 49 lid 2. De president, mr. J. H. C. Slote- maker: „Dat is maar makkelijk voor een minister, om zomaar zo'n knoop door te hakken." Mr. Mijnssen: „Ja, de minister moet beslissen." President: „Ongehoord partijen?" Mr. M.: „Ongehoord partijen." President: „Vreemd Vindt u dat niet een beetje vreemd?" Mr. M.: „Neen. De minister heeft alle belangen zorgvuldig tegen elkaar afgewogen en President: „Waar blijkt dat uit?" Mr. H.: „Dat blijkt uit de behande ling in de Kamer van het Bedrijfs fonds ter ondersteuning van de pers. In een motie verzocht de Kamer om geen toeslag op de STER-tarieven te heffen omdat de ondersteuning van de pers dan ten laste van de adver teerders zou komen; de dag- en nieuwsbladpers zou dan opnieuw schade kunnen lijden door verminder de advertentie-opbrengsten. De motie vroeg om de steun uit het tarief zelf te halen. Maar toen zei de minister in een brief aan de Kamer: dat doe ik niet, want dat zou betekenen, dat de STER minder aan de omroepen kan afdragen, zodat dan het kijkgeld zou moeten worden verhoogd. Dat zou betekenen, dat de kijkers het bedrijfs fonds zouden subsidiëren en dat ter wijl de kijkers, naar soms blijkt, toch al niet zo gelukkig schijnen te zijn met de STER-reclame, en dus De rest van de zin van de STER- pleiter ging in het gelacht verloren. Voorts betwistte mr. Mijnssen, dat JWT, subs, de VEA-leden, schade zouden lijden, aangezien de toeslag in feite de adverteerder in rekening werd gebracht. Bovendien was in augustus de STER-zendtijd al overtekend dus blijkba: r was het tarief nog niet eens hoog genoeg De president, die de verdeling van de revenuen uit de STER-uitzendin gen niet duidelijk voor ogen had, stond de in de zaal aanwezige STER- (vervolg van voorpagina moet het daarom bij de NRS eerst maar wat rustig aan doen, dat is bio logisch geheel verantwoord. Eén keer heeft de heer De Kempe naer toch wel even het land gehad. Dat was bij het congres in Arnhem. Bij congressen permitteerde de voor zitter zich toen graag één luxe: een dubbele hotelkamer. Die was toen ge reserveerd in de Wageningse Berg. En hè nou toch, Jan bij zijn aan komst 's avonds hoorde De Kempe naer dat hij die kamer toch zou moe ten delen. ,,Hoe heet die meneer dan?" „Van Andringa." „Is-ie er al?" „Nog niet." „Nou, als-ie komt, stuurt u hem directeur drs. C. J. Smeekes toe een toelichting te geven, waarbij voor de president nieuw was, dat de pers al sedert de oprichting van de STER uitkeringen uit de etherreclame ont vangt. De uitspraak werd bepaald op dins dag 9 januari om 10 uur „of zoveel eerder als ik er in slaag tot een oor deel te komen," aldus mr. Slotemaker. Kluiters, Kruseman en Lensing Drie account directors van bureau NPO in Den Haag, de heren J. G. Kluiters, WP. Kruseman en C. W H. Lensing, worden per 1 januari be noemd tot adjunctdirecteuren van het bureau. De directie van NPO wordt dan gevormd door een team van zes account directors: de heren H. Wandschneider, J. E. Scharren- berg, H. K. R. Wolfensberger en de drie nieuwe adjunctdirecteuren. maar naar boven." In die toon ging de feestrede. Een vreugde voor alle vrienden die naar het feestje waren gekomen. De lange rij der overige één-minuut sprekers onthulde nog wat intimitei ten: Jan Klein heeft de methodiek van de toe-beurzenontwikkeld men sen laten werken met publiciteit als contraprestatie (zei Jaap Scharren- berg). „Je rinkelde desnoods met gla zen, maar nooit met munten; je ritsel de met van alles, maar nooit met bankbiljetten." En Bert de Vries heeft hem eens horen zeggen: „Ik kan het nauwelijks harde man." Maar dat is een grap, want Jan Klein beheerst (zei De Kempenaer) de kunst die de Engelsen zo prijzen: „To get around each others edges". Advertentie-exploitatie H. Walker Abonnement 75,— per jaar inclusief BTW Postgiro 241107

Ariadne nl | 1972 | | page 40