dingen het laatst getoond. Ik zag hem nog één maal, eenige jaren later toen hij ais redder in den nood, werd uitgenoodigd op zeer korten ter- mijn een voordracht te houden voor een gezelschap Engelsche woningbouwarchitecten. De tijd was kostbaar, alies moest vlug worden geregeld. Ik ging hem bezoeken, hij ontving me op zljn wonder- lijke kamer aan de Heerengracht van waaruit het hart van Heemschut klopte. Hij vertelde mij anderhaif uur lang bijzonderheden van de fraaie grachtenhuizen aan den overkant. Het was of hij den bouw zelf had meegemaakt. Hij was een merkwaardlg man. Van Januarl tot aan Mei hield het Bestuur tweewekelijksche vergaderingen. Zooveel zaken waren er af te doen. De zlel van het Be stuur was de heer Paul de Jongh. Hij bleef het tot zijn dood ¡n Januari 1924. Hij was eenige malen secretaris, maar hij ambieerde de functie niet. Hij vond zlch zelf „ultgesecretarleerd". Samen met hem heb ik de eindredactie van het z.g. fusie- rapport opgemaakt. Het was in den tijd van de gasdistributie. lederen avond een uur in donker zit- ten. Daarom kwam de heer de Jongh om op te schieten bij mij, waar electrisch licht was. Maar dien avond was er kortsluiting, wij zaten in don ker, en zoo ontstond het fusierapport bij een olie- lampje! Ais secretaris van de fusie-commissie had ik contact met beide „partijen". Ik stond er neu- traal tusschen. Ik bezocht den heer Versteeg van de M. B. V. A., besprak met hem enkele details, deze telefoneerde met den heer Paul de Jongh van den B. N. A., vroeg inlichtingen, kreeg vriendelijk be- scheid en verzekerde mij uit den vriendelijken klank te kunnen opmaken dat de fusie er niet slecht voor stond. Een uur later bezocht ik den heer Paul de Jongh van den B. N. A., besprak met hem enkele details, deze telefoneerde met den heer Versteeg van de M. B. V. A., vroeg inlichtingen, kreeg vriendelijk bescheid en verzekerde mij uit den vriendelijken klank te kunnen opmaken, dat de fusie er niet slecht voor stond. Ik gaf mezelf dan de verzekering dat de fusie er inderdaad niet slecht voor stond. Zoo ontstond de fusie. De heer Paul de Jongh was de ziel van de fusie van het Be stuur. Hij was geen stuwende kracht in den ge- wonen zin, hij was een verlichtende kracht. Door zijn groote ervaring en de verfijnde perfec- tie waarmede hij „zaken" wenschte af te han- delen, schiep hij orde en regelmaat in de af- doening zelfs van de meest ingewikkelde of rom- melige aangelegenheden. Daardoor kon makkelijk een beslissing worden genomen en konden vele zaken worden afgewerkt. Die waarbij hij het leeu- wenaandeel had, was de omwerking van de hono- rariumtabel van 1916, tot de algemeene regelen van 1922. Zonder zijn voorbeeldige leiding, zou zeker de totstandkoming der Algemeene Regelen langer hebben geduurd. Er was in 1922 zeker een groote oppositie tegen de „snelle" wijze van behandelen van de voorstellen der A. R. Maar de heer de Jongh was er van overtuigd, dat langdurige behan- deling geen verbetering zou brengen. Daarom hield hij voet bij stuk en liet geen discussie meer toe Over artikelen die aangenomen waren, ook niet ais de discussie over hoog genummerde artikelen wijziging van reeds aangenomen laag genummerde wenschelijk deed schijnen. Zoo kwam de ledenvergadering gereed met de 45 artikelen, maar het opstellen van de eindredactie werd het oplossen van een.... kruiswoordraadsel. De heer de Jongh toonde zijn practisch vernuft, ais het niet alleen horizontaal en verticaal, maar 2 MAQUETTE ONTWERP BEURS TE ROTTERDAM. ARCHITECT J. F. STAAL. B. N. A. met de gegevens die de eerste prijsvraag had verschaft. De verschillende projecten worden niet in chronologische volgorde gepubliceerd, aangezien op deze wijze het door de Jury aanbevolen en het door het Beurscomité tot uitvoering bestemde pro- ject van den heer J. F. Staal eerst over eenige weken zou worden gepubliceerd, ter- wijl de lezers er allicht príjs op steilen van dit project allereerst kennis te nemen. In het volgende nummer zullen de eindprojecten van de heeren Dudok en Mertens worden opgenomen, met een tweede reproductie van enkele teekeningen van het project van den heer Staal, waardoor onderlinge vergelijkingen mogelijk zullen zijn. Daarna zullen de projecten uit de eerste ronde volgen. RED. PROGRAMMA VOOR HET BEURSPROJECT (2e WEDSTRIJD). In het algemeen wordt gevraagd een beursgebouw te ontwerpen, waarvan in bijlage III een overzicht der benoodigde ruimten wordt gegeven dat geheel of grootendeels binnen het met arceering aangegeven terrein aan den Coolsingel zal moeten worden ontworpen. Door het vooruitbrengen van sommige partijen van het Beursgebouw of door het verplaatsen der rooilijn van het zuidelijk eind van den Coolsingel, tusschen Sint- Laurens- en Boymansstraat, zal de noodige vrijheid worden gevonden, het gebouw op harmonisch stedebouwkundig verantwoorde wijze in het stadsbeeld in te passen. Er zal rekening mee moeten worden gehouden, dat de Coolsingel niet smaller dan 45 M. mag worden geprojecteerd. De opzet van het voorloopig schetsplan zal zoodanig moeten zijn, dat de hoofdge- dachte van den ontwerper er duidelijk uit spreekt. Meer bepaaldelijk wordt gevraagd: a. een situatie-teekeníng 1 k 1250 van het geheele op de situatie van bijlage I aan gegeven stadsdeel, waarop eventueele door den ontwerper noodzakelijk geoordeelde wijzigingen in het stadsplan zullen zijn aangegeven. Ter nadere toelichting mag, indien dit wenschelijk wordt geacht, op schaal 1 2500 het betrokken stadsdeel nader worden bezien; b. de gevelwanden van het te ontwerpen beursgebouw, zoo noodig de straatwanden langs den Coolsingel, zoo dit voor een juiste beoordeeling van het project wensche lijk wordt geacht, op schaal 1 500; c. de hoofdgevel, de plattegronden van het souterrain en de beide hoofdverdiepin- gen van het Beursgebouw, benevens de lengte- en breedtedoorsneden op schaal 1 200; d. een toelichting, waarin in elk geval zal moeten worden opgenomen de inhoud van het Beursgebouw. Onder „inhoud" wordt verstaan de totaalinhoud berekend van 1 M. het straatpeil van den Coolsingel. De inhoud mag niet meer dan 250.000 M3. bedragen. De wijze van bewerking der teekeningen wordt aan den inzender ove,vgelaten. Andere dan de gevraagde teekeningen worden terzijde gelegd zonder beoordeeling. De ontwerpen zullen worden beoordeeld door een Jury bestaande uit de heeren:

Bouwkundig Weekblad Architectura nl | 1929 | | page 2