In grooter schande dan Lorenzo's hoer. Savonarola. Wat wraak treft dan Uw Hoofd? Renata. Dat deert mij niet! Vlucht nu nog als je kunt en bouw je stad De Stad van God! Waar is die Stad van God? Haar doodsklok heeft voor mij ook eens geluid, Toen ik geweerd stond van Lorenzo's sterfbed. Savonarola's woord heeft mij geweerd. Maar dat Woord is betaald! Ik ben voldaan! Savonarola. Hoe schittert vol de lichtval der Genade. Mijn Hart was niet meer hier. Orlando's moed Dwong mij tot terugkeer naar de lage luchten. Zijn liefde riep mij van den gouden drempel Naar jaren strijd en leed en hard Gemis. Uw Haat zet mij te midden van de pleinen Waar de verreinde Ziel Hem Liefde aanschouwt. Arm kind. Je boodt venijn en brak mij 't Pascha, Je zocht mijn Dood en bracht mij de Verlossing. Wees niet halstarrig, g'loof, versta Gods Teeken. (Hij maakt een gebaar van erbarming). Renata (terugdeinzend). Strek niet de handen uit tot zegening!. Lorenzo nam je mij! 't Is mijn vergelding. Savonarola. Arm kind. Ik nam je niets! Renata. Lorenzo's Liefde? Savonarola (invallend). Wat is je Liefde, Waar is dan het Offer? Zie toch je zelf!. Hij stierf in overgave En bij dien Geest was voor Uw Hart geen plaats. Dat bleef je duister, wijl je niet kunt minnen, Maar slechts gedreven wordt door weeke lusten In holle wraak werd kracht en rust verspild. Uw eigenst Goed, de Stad van God te breken. Je reden? Valsch Gevoel! Renata. (Een oogenblik staat ze sidderend voor hem alsof ze verslagen is, dan barst ze schaterend uit). Neen! Het mislukt! Door Woorden moet ik twijf'Ien aan mijn zege?! Vergeten dat je straks in schande sterft, Door jou ooit heeft gekend? O dwaze monnik, Die niets van kussen weet en gouden nachten! Zoek maar je troost bij je Chimera, God! Savonarola. Dood ging Uw Ziel in 't jagen naar een schim.

De Delver nl | 1929 | | page 18