Savonarola (steeds meer bewogen). Te vluchten is onmoog'lijk, althans zinloos. Waar zou 'k voor nieuwen arbeid toevlucht vinden? En opgejaagde deelt geen jong'ren Brood! Orl a n d o. Dat zegt ontmoediging en geen Vertrouwen. Savonarola. Alleen Vertrouwen, maar dat niet verzoekt, Niet uittart tot een Wonder der Genade. Want weer gegrepen gaan met mij ter dood En zonder vrucht, die mij hun Liefde toonden. Orl an do (na een pauze van nadenken). Als U kunt zeggen, dunkt me, overtuigd, Mijn werk liep af, ik heb mijn taak volbracht, Dan wordt Uw gang Calvaries' gang gelijk. Doch zoolang nog één Ziel het Leven beidt En van Uw aardsche Zijn haar Heil afhangt, Is er een and're plicht dan onderwerping. Savonarola (weemoedig glimlachend, voor zichzelf). De Stad van God is voor mij nog op aarde. Orlando. Ik oordeel niet! U kunt alleen beslissen. Slechts dit. Belasterd bij den Borgia, Meent U de Paus een vijand en een Ketter, Die tegen zijn Gezag den opstand predikt. Ik stel mij borg, zoo U de Vrijheid wil, Tot andere gedachten hem te stemmen. (Plotseling wordt er hevig op de deur geklopt, de Cipier komt). 5e Tooneel. (Savonarola. - Orlando. - De Cipier). Orlando. Wat stoor je ons? Cipier. Ik kan er niks aan doen! De Bode van den Grooten Raad zijn schuld. Want dit moest ik direct U brengen, Signor. (Hij reikt hem een brief over). Orlando. Wacht hij op antwoord? Cipier. Signor! Nee! Hij reed Met losse teugels als 'n dolleman, weg! Orlando, 't Is goed! (Wenkt hem heen te gaan). (Cipier af). 6e Tooneel. (Savonarola. - Orlando). Orl an do (nadat hij het papier inzag). Weer zitting? Kan er ook een keer Gekomen zijn? Wellicht. Savonarola. O! Denk dat niet.

De Delver nl | 1929 | | page 7