Orlando. Wie weetEr is toch reden tot dees oproep? En dat kan nooit iets anders zijn dan Uw proces. 't Vonnis wordt nog niet uitgevoerd. misschien. 'k Kom spoedig terug, om Uw besluit te hooren. Savonarola. Dat is niet noodig meer. Ik ben besloten! Orlando. Te vluchten of Savonarola. Hoe licht verdoolt het Hart. Die hier geen schat verwerft, staat arm voor God En wie vergaart dan die zijn wenschen offert? Bezorg de vlucht zoo ras ge kunt, Orlando. Orlando (knielend). Geef mij Uw zegen. (Savonarola maakt een zegenend gebaar, onderbreekt, houdt terug zijn hand. Zijn gelaat neemt een extatische daarna zeer angstige uitdrukking aan). Savonarola. Nee! Dat niet! Doe weg! Orlando (verbaasd opstaande). Wat is dat nu? Savonarola. Je moet niet gaan! Bedrog! Orlando. Bedrog? En d' oproep heeft de Bisschop zelf Geteekend. Savonarola. Toch. Ga Niet! de Dood waart hier. Zijn kilte huivert om me! 't Voorgevoel. Orlando (nonchalant invallend) Mijn voorgevoel duidt dat de samenkomst Niets dan Uw voordeel brengt. Wie droeg Uw Leed En wordt niet overprikkeld? Savonarola (wiens visioen nu voorbij is). Ga dan, mijn vriend! God loon het U in tijd en eeuwigheid! (Orlando af. Savonarola vouwt de handen, bidt, maar langzamerhand valt hij in een sluimering, een glimlach op de lippen). (De deur wordt omzichtig geopend, de Cipier laat Renata binnen). 7e Tooneel. (Savonarola. - Renata. - Cipier). Cipier. De kerel slaapt. Renata. St. St. Hier is je geld. (Zij geeft hem een zak). Cipier (de zak aannemend). Gedankt! U weet wat arme menschen toekomt. Renata. Ga heen! en houd de wacht. en waarschuw als De bode is geweest, waarvan ik sprak. Bons driemaal, dat ik weet dat jij het ben! CipierZeg de Signora, dat het is gedaan Dat zal de boodschap zijn. Gedaan, dat is Gedaan en nooit meer ongedaan. Dat klopt. (Cipier af). 156

De Delver nl | 1929 | | page 8