ï.ooo.ooo x-^- a--4 hoe hooger de koopkracht van het publiek en hoe lager de peilprijs moet worden waar naar de adverteerder oordeelt. Het belang dat de adverteerder heeft bij dezen factor, varieert naar het artikel en voor de praktijk is het dan ook noodig dat iedere adverteerder dit gedeelte der formule naar eigen eischen corrigeert. Voor dure luxe-artikelen kan dit deel der formule zeker met twee of drie vermenig vuldigd worden, waardoor de bladen met hooge abonnementsprijzen een veel lageren peilprijs krijgen. In onze formule hebben wij direct den abonne mentsprijs verminderd met 4. Dit elimineert direct de bladen wier jaarabonnement niet hooger is dan f 4.(wij reduceeren ook de bladen met f 5.ab. tot 4). In dat geval wordt de formule immers: -4-4=_ 0 4 4 zoodat de peilprijs voor een dergelijk blad met weinig koopkrachtige lezers niet ver laagd wordt. Voor een blad met een abonnementsprijs van f 20.wordt de formule: 20 4 16 4 4 4 De deeling door 4 houdt verband met de betaling in kwartalen. Wij moeten immers rekening houden met het bedrag dat de abonné bereid is ineens te betalen. Daaruit kan men conclusies trekken, niet uit een theoretisch jaarbedrag. Dit brengt ons tevens tot een belangrijke correctie voor de week-abonnementen. Wat baat het den adverteerder, dat het jaar-abonnement hoog is, wanneer een groot deel der lezers week-abonnementen hebben. Het week abonnement duidt op wekelijksche betaling van den abonné (dus werklieden, kleine burgerij) en op zeer geringe koop kracht (uitzonderingen daargelaten). Daar de meeste bladen slechts een zeker percentage week-abonnementen hebben, gaat het niet aan a4 te aeelen door 52. Wij kunnen aannemen dat wij met een percentage van 30%40% week-abonnementen een voldoende zuiver gemiddelde hebben en dat er dus een voldoende correctie wordt aan gebracht, wanneer wij voor bladen met week abonnementen de formule wijzigen: a 4 20 Zooals reeds gezegd, zal de formule: peilprijs 1.000.000 X - - a4 of 0/ k 4 0/k 20 geen absoluut onaanvechtbare gegevensgeven. Het zal steeds noodig blijven in grensgevallen correcties aan te brengen. De meeste dezer correcties zullen, in verband met het artikel dat geadverteerd wordt, moeten worden vastgesteld. Voor den nationalen adverteerder zal het aanbeveling verdienen den peilprijs van het plaatselijke blaadje, dat b.v. een oplage van minder dan 10.000 heeft, met één punt te ver- hoogen, daar kleine bladen door betrekkelijk hoogere onkosten voor cliché's etc., hem in verhouding duurder komen dan groote bladen. Verder zal het uitgesproken partijblad wegens het „dubbel-lezen" (met plaatselijke bladen) met b.v. 2 punten verhoogd kunnen worden. Andere correcties zijn b.v. Slechte druktechniek-)- 1 Kleine bladspiegel1 Goede plaatsing der advertenties 1 Goede resultaten met sleutels 2 Concludeerende, moeten wij er nog eens op wijzen, dat de peilprijs steeds een ruwe aan duiding blijft, al is hij veel en veel zuiverder dan de regelprijs. Hij vormt echter een vol doende richtsnoer. Zijn waarde zal niet blijken bij de beoordeeling der „groote" bladen, waarvan ieder vakman voldoende op de hoogte is, noch zelfs bij de beoordeeling der groote provinciale pers. Hij zal echter bldL eo Het zal echter niet noodig zijn deze correcties op 'n eventueel kaartsysteem op te nemen, daar zij slechts in grensgevallen van waarde zijn. Men zal bij gebruik der peilprijs-formule vinden dat de bladen, waaromtrent wij de meeste gegevens hebben en waarvan de adverteerder de waarde het beste kent, alle onder 10 liggen. Bezien wij de kranten waarvan wij de waarde kennen en die men iets te duur oordeelde, dan zien wij dat hun peilprijs even boven de 10 blijkt te liggen. Wanneer wij dus de uitkomsten, verkregen met de peilprijs-formule, vergelijken met de gegevens die wij reeds bezaten, dan blijken de uitkomsten volkomen juist te zijn. 57

De Reclame nl | 1929 | | page 11