vervallen ten slotte meestal in decoratieve vlakverdeeling. Heel veel onwaars wordt hier door geproduceerd. De constructivisten of de vermechaniseerende kunsten (als wij hier nog 't begrip „kunst" kunnen toelaten) gebruiken de moderne tech nische hulpmiddelen, zooals typografie, foto grafie enz. verschillende deelen worden op en door elkaar geplakt. Een nieuw gefröbel. Haar oorsprong is te vinden bij de dadaïsten, die de kunsten bespot hebben. Ik kan geen enkele kunstuiting van hen aan- toonen, behalve experimenten, waarbij deze werkwijze beproefd is. Op de kubisten en de abstrakt beeldende kunsten kom ik straks terug. Al deze kunstuitingen die een uitsluitend in dividualistische levensopvatting geven, vinden wij in de reclame terug. Wij kunnen de reclame tot een der jongste kunsten rekenen. De kunstenaars van vroeger, behalve enkele uitzonderingen, bemoeiden zich niet met de reclame-kunstze werd als iets minderwaardigs beschouwd. Pas in de laatste jaren wordt meer aandacht geschonken aan dit zeer belang rijke vak. Dit komt hoofdzakelijk door het moderne kunstbegrip dat van de opvatting l'art pour l'art, geheel los gekomen is. Zoo als het warenhuis een modern architec turaal vraagstuk is, zoo is het met de reclame als beeldende kunst. Onze tijd kan er niet buiten, zelfs een stads beeld wordt er mee bedreigd, omdat de oude elementen in een stadsbeeld een zeer sterke moderne reclame niet verdragen kunnen. Dat de kunstenaars tot nu toe weinig aandacht aan reclame schonken, komt hoofdzakelijk daardoor, dat de vroegere kunstenaars zich vrij en ongebonden op een los doek konden uiten, dus sterk individualistisch. Bij reclames is men even vast aan banden gelegd als in de bouwkunst. Er zijn gegevens waaraan men zich houden moet. Men is dus niet meer geheel vrij. 't Is hetzelfde als bij alle monu mentale kunsten. Toen hebben architecten er zich mee bemoeid, ze namen deze afdeeling ook voor zich, zooals zooveel meer. Dit zijn nog de renaissancistische overblijfselen, waaraan een modern architect zich al minder bezondigt. De vakkennis ontwikkelt zich hoe langer hoe meer en eischt een zeer geprononceerde studie. In de schilderkunst kwamen geheel nieuwe problemen. Nemen wij de futuristen in hun periode voor den oorlog. Als reaktie op de starre, onbewegelijke kunst uitingen, kwamen ze als een vulkanische uit barsting, met hunne ideeën en beelden aan stormen, 't Was een vitaliteit, die heel wat opschudding teweeg bracht. Het perspectief dat tot nu toe in diepte werkte, kreeg een geheel andere waarde. Ongeveer in denzelfden tijd werkten wat in getogener en minder bombastisch, de kubisten. Hunne levensopvatting, zooals trouwens die van de meeste kunstenaars, wordt gebeeld. De beteekenis van de waarde van alles wordt een essentieel vraagstuk, letters, stukken courant, schuurpapier, dienen als middel tot be reiking van het doel, letters krijgen beeldende waarde. Niets is er onbelangrijk, achtergrond, voor werp, mensch, alles doordringt elkaar; de accidenteele waarden krijgen een universeele beteekenis. Zoo ontstond vanzelf, ongezocht, de geometrische vormbeelding, niet a priori, zooals nu sommigen doen, maar steeds door werken aan een motief, dat men van alle kanten bestudeerend, weer in elkaar zette. Door de gecompliceerde vormen heen kwam men tot eenvoud. De futuristen en de cubisten hebben het vlak, het terrein der schilderkunst, moeten destructiveeren om weer opnieuw er op te kunnen bouwen. In den oorlogstijd hoorde men minder van hen. De concentratie werd op ander gebied geschovenkunst was niet belangrijk. Dit hebben de dadaïsten in sterke mate verkon digd. Het zich uitleven en een cynische levens houding aannemen kenmerkt deze periode, waarvoor de dadaïsten de meeste propaganda maakten. Ze waren ook de eerste artisten die voor hun doel reclame wisten te maken. Hun vraag was: „Wat doen jullie met je kunstwerken? Hoe brengen jullie ze op de markt? Je zit in je atelier te werken, afgezonderd en weet niet wat in de maatschappij gebeurt. Wij dadaïsten willen in het middelpnnt staan; wij willen dat men over ons spreekt". Ze hebben dit ook bereikt met hunne tooneel- stukken, geschriften, geplakte letter- en foto beelden. De fotoplakkerij kwam in de mode. Met dit middel kan men zeer gemakkelijk bespottingen en lacheffecten bereiken. Zoo vlug als ze kwamen, zijn ze weer ver dwenen, en wat ze achter lieten was niet belangrijk voor de moderne beeldende kunst, wel op tooneelgebied, maar dit vraagstuk behoort hier niet thuis. Men kan hun streven als een wanhoopsdaad beschouwen met be trekking tot de steeds miskende kunstenaars 171

De Reclame nl | 1929 | | page 32