hun eigen inzicht en kijk op de dingen te volgen. Er zijn anderen, die graag een raad, een inzicht, een kritiek hooren, mits gij hun vrij laat in de uitwerking van dat deel der re klame, dat meer in het bijzonder tot hun opdracht behoort. Er bestaat ook een categorie, die graag een bepaalde opdracht aanvaardt, doch voor het overige aan u de samenstelling overlaat, het bij elkaar voegen b.v. van den tekst, die van u afkomstig is, aan het artistieke gedeelte, dat zij verzorgen. Het is niet doenbaar om u te adviseeren: wendt u altijd tot groep een, twee of drie. Dat zult ge begrijpen. De keuze hangt van de omstandigheden af. In bijkans elk nummer van de Reclame vindt gij voorbeelden van elk der genoemde catagorieën. Verwacht nu niet van mij, dat ik u aan de hand van voorbeelden aanwijs tot welk genre zij behooren. Wanneer deze beschouwing u interesseert, mag ik van u verwachten, dat gij u de moeite wilt geven om zelf na te gaan, hoe zij tot stand zijn gekomen. Sir Lawrence Weaver, een man, die de bijzondere kwaliteiten van een erkend auto riteit op het gebied der reklame en een fijnvoelend kunstkenner op gelukkige wijze in zich vereenigt, heeft in zijn voordracht te Amsterdam gehouden, onomwonden ver klaard, dat de taak van den kunstenaar in de reklame is het doel te dienen. Doch hij had er moeten bijvoegen dat de kunstenaar dan ook het recht heeft van den lastgever te verlangen, dat deze dit doel kent en het duidelijk weet te omschrijven. Vermijd dus steeds de groote fout om de hulp van den artist voor uwe propaganda in te roepen alvorens gij voor u zelf duide lijk hebt vastgesteld, wat gij wilt bereiken. Dat is niet zoo gemakkelijk als het wellicht klinkt. D'r zijn zooveel menschen, ook z.g. goede zakenlui, die wanneer je hun die vraag voorlegt, eenigszins korzelig antwoor den„Wat ik wil bereiken? Nou dat be grijp je toch welreklame maken." Duidelijk hè! 't Doet me denken aan het antwoord van een van m'n jongens, die, toen nog een dreumes, maar niet wou gaan slapen en aan wien we ten einde raad vroegen wat hij dan wel wilde. Staan en huilen, was z'n repliek. Reklame maken, prachtig. Doch voor wie? Reklame voor de groote menigte, reklame voor een bepaald deel van de menigte? Reklame maken met een budget, dat niet zoo licht uitgeput kan raken, of voor een nauwkeurig bepaald en niet te ruim bedrag? Dit is maar een keuze uit de groote hoeveel heid vragen waartoe die korte uitspraak „reklame maken" aanleiding geven kan. Vorige week kreeg ik van een kennis, aan wien ik een briefje had geschreven, ter in troductie van Mr. Borlé, onzen adjunct secretaris, tot antwoord, dat hij geen lid van het Genootschap van reclame wilde worden omdat hij nooit adverteerde. Voor zoo'n man is het antwoord op boven genoemde vraag schijnbaar veel eenvou diger dan voor hem, die wat meer over het vraagstuk heeft nagedacht. Kort en goedverlang niet van een kun stenaar, dat hij aan uwe verwachtingen kan voldoen, zonder dat gij zelf weet wat gij wilt. En 'n natuurlijk gevolg van bovenstaand advies is tevens ook, bepaal uw keuze van kunstenaar niet, alvorens gij weet wat gij bereiken wilt, D'r zijn menschen, die de beantwoording van zulke vragen aan reklame-adviseurs overlaten. In vele gevallen een verstandige daad. Verstandig, omdat deze beter weten, welke persoon de bepaalde capaciteiten en samenwerkingslust heeft, die gij in elk be paald geval behoeft. Doch niet verstandig indien gij daarmee den heelen „last" van het reklame maken van u wilt afschuiven. Wanneer ge een nieuwe fabriek bouwt of een bestaande verbouwt, laat gij, als goed bedrijfsleider, een architect bij u komen. Als adviseur. Doch de architect moet van u weten, wat gij noodig hebt en waarom. Behandel den opbouw van uw zaak niet minder aandachtig dan den opbouw van uw zakenruimten, uw fabriek, uw pakhuizen. Ieder nauwgezet zakenman zal zich moeten dwingen om ook de grondbeginselen var de propaganda, de zoo uitermate belangrijke schakel tusschen productie en consumptie, te begrijpen. Ook al is het niet noodig, dat hij alle uitwerkingsdetails beheerschen kan. Er behoeft niet aan getwijfeld te worden, dat de hulp van den kunstenaar voor het welslagen der reklame in tal van gevallen van groote beteekenis is. Doch zijn medewerking kan in den regel alleen tot nut zijn, wanneer de voorwaarden, welke hij te vervullen heeft, omschreven zijn en de keuze van zijn persoon in overeen stemming daarmee is geschied. LEVISSON.

De Reclame nl | 1929 | | page 8