AANTEEKENi^GEN. 123 Zoo kan dan het nieuwe leven meer evenwicht brengen tusscnen de elementen natuur en geest, en zal het mogelijk zijn dat in staat, maatschappij, in alle verhoudingsleven, meer dere eenheid bestaat. Daartoe is het slechts noodig dat het nieuwe tijdsbewustzijn zich vrijuit ontplooien kandat het teniet doet het verouderd tijdsbewustzijn, de overheersching van het individueel e, van het natuurlijk e-, (vrouwelijke) e I e m e n t 7), dat het zich vrij maakt van traditie en dogma's en enkel zuiver verhouding ziet door de elementen zuiver te zien (zie art. VI b z. 75). Zoolang het oude tijdsbewustzijn zijn invloed doet gelden, moeten de natiën elkander blijven vernietigen moet er strijd en lijden zijnalleen de zuivere v e r s c n ij n i n g der elementen (in evenwichtige verhouding) kan in leven en kunst de iragie* ver minderen (zie vorig art.). (Wordt voortgezet). 1) In dezen tijd is alleen het abstract-reëele leven de zuivere uitdrukking van het nieuwe tijdsbewustzijn. In het intellectueel - abstracte - zoowel als in het uiterlijke leven verschijn het natuurlijke zoowel als het geestelijke vertroebeld, doordat het natuurlijke overheerscht. De schilderkunst ondervond dit doordat zij (in de Abstract Reëele Schilderkunst) tot de erkenning kwam dat natuurlijke vorm en kleur het wezen der dingen sluiert. Zij bevond dat het individueele overheerscht, zoolang geen evenwichtige verhouding geheeld wordt, en dat deze alleen zuiver geheeld kan worden, wanneer vorm en natuurlijke kleur zijn opgeheven. Zoo toonde zij, dat in het bewustzijn de overheersching van het individueele moet worden opgeheven, zal in het leven evenwichtigheid, eenheid, mogelijk zijn. In dezen tijd, waarin het individualisme juist zijn hoogtepunt bereikt heelt, is, als algemeenheid, in het uiterlijke leven nog geen evenwicht bestaanbaar. De enkeling moge in eigen dualiteit evenwichtig zijn: toch blijft zijn leven in ongelijke verhouding tot het leven rondom hem. Wel staat de ab->tracte geest van den nieuwen rnensch dichter bij het cultuurleven der huidige maatschappij dan bij het elementair natuurleven, maar toch is dat cultuurleven slechts oppervlakkig a bs t r a et: het is slechts abstract tegenover het natuurlijk leven maar het is met werke 1 ijk abstract, d i. zoodanig dat het leven vanden g e e s t t o t b e p a a 1 d h e i d g e s t e 1 d is. Het huidige cultuurleven kent slechts de abstractie van het i n t e 11 e c t, dat het in hoofdzaak gebruikt tot nut van het mateneele (physieke). Evenwel vormt juist dit cultuurleven een geschikte bodem waarop het nieuwe leven zich ontwikkelen kam Er kan in het primitieve leven wel een evenwichtigheid bestaan wanneer de geest nog zoo wem g ontwikkeld is dat zij zich niet tegenover het natuurlijke stelt, maar zoodra ziel e" feest zich °ntwik- kelen, of m. a. w. zoodra het bewustzijn in den rnensch groeit en het natuurlijke achterbil] t,is dpor de ongelijke dualiteit geen evenwicht mogelijk. Dan is ook geen evenwicht mogelijk tusscnen rnensch en natuur zooals die visueel verschijnt: dan moet de natuur in het abstracte omgewerkt worden wil de menschelijke geest zich weer met haar verzoenen. „„wpIUI/p 2) De wijsheid der oudheid identificieert het physieke, natuurlijke met het vrouwelijke-, het geestelijke Om 'tot "gezuiverdeïaTuurl'ijkheid te komen, moet het natuurlijke verinnerlijkt worden: d.i. het moet zoover mogelijk ontdaan worden van het meest (grillig) uiterlijke, dat het volstrek natuurlijke sliert, of, m.a.w., het moet zich vervolstrekken. Maar dit houdt met in, dat het natuurlijke zoo ver wordt verinnerlijkt, dat het geheel of gedeeltelijk geest wordt. In tijd blijft het natuurlijke natuurlijkheid, ook Evolueerend ^ïaaThe^geestetijke'ls het natuurlijke wei geen zuivere, niet enkel natuurlijkheid meer, maar het blijft gezuiverde natuurlijkheid omdat hetgeen het natuurlijke beïnvloedt, met onzuiver 3^ De^Nieuwe Beelding beeldt de g e 1 ij k h e i d in v e r s c h ij n i n g van het innerlijke en uiterlijke door dit in ge lijke vo Istrektheid (in het rechte) te beelden: zij beeldt het v e r s c h1 i n element door den recht hoekigen stand van het een ten opzichte van het ander.

De Stijl nl | 1918 | | page 13