Bij onze inleiding in het nummer van de vorige maand zijn wij gekomen tot de „gedachtenstroom" in het bewuste. Wij zullen daarop ter ver duidelijking nog even dieper ingaan. Stelt U zich voor, dat U rustig in Uw stoel zit en dat iemand U vraagt, wat U doet. U antwoordt, dat U ergens over denkt. Uw antwoord wijst dan op twee feiten: ten eerste, dat U bewust bent, dat U iets denkt en ten tweede, dat U bewust bent van Uw geestelijke houding daar tegenover, ledereen weet, dat hij soms ijverig zit te peinzen, terwijl een ander opmerkt: ik zou wel een kwartje voor jouw gedachten willen geven! Dat zou dan in die gevallen vast en zeker een voordeeltje betekenen, want om de waarheid te zeggen, kunt U op dit ogenblik misschien moeilijk zeggen welke gedachten U had. Er bestaat in Uw gedachten van zelfsprekend een gradueel verschil van intensiteit. Bovendien kan men gemakkelijk bepalen of de gedachtenstroom een definitieve rich ting heeft of, zoals men pleegt te zeggen, van de hak op de tak springt. Op het ogenblik, dat ik iets karakteristieks van mijn gedachten tracht te zeggen, probeer ik een zekere graad van definitie te bereiken en kies een paar ideeën, die uit de gedachtenstroom naar boven komen en houd de andere terug, die ik voor mijn doel minder geschikt acht. Terwijl ik dat doe, bemerk ik, dat ik op een zeker spoor ben en mij bewust word van iets, dat zich in mijn gedachten afspeelt. Het karakter van ons bewustzijn: het gevoel, het doen. Behalve het feit, van de verschillende „toestanden" van het bewustzijn, bestaat het gevoel. Plezier of verdriet wordt niet altijd afzonderlijk gevoeld, want geestelijke toestanden worden vergezeld van andere, zeer bepaalde gevoelens, die gemakkelijk herkend worden, ofschoon ze vrijwel onbeschrijfelijk zijn. Wij kennen het gevoel van angst, als we het op een ogenblik ondervinden; we weten, dat het verschilt met de gevoelens van vrees en dat de gevoelens van toewijding of liefde weer totaal anders zijn. Het lijkt alsof de gevoelstoon, die den bewust- heidsstroom karakteriseert, elk moment veranderlijk is en op het ogen blik, dat wij bijvoorbeeld vreselijk kwaad zijn, of erg schrikken, lijkt het net alsof ons bewustzijnsgevoel in de zelfde graad versterkt of verzwakt. Tenslotte is er nog een derde karakteristieke trek, n.l. de actie en het wilsbesluit, want in elke omstandigheid kiezen wij en dringen een ander idee uit de gedachtenstroom terug. We besluiten iets te doen of niét te doen en elke gedachte leidt tot activiteit in de een of andere vorm. Ook het terughouden van een acte of wilsbesluit is een negatieve vorm van actie! Zo komen wij dus tot de vrij paradoxale uitspraak, dat het zich zelf onthouden van actie, wel degelijk een vorm van actie is! Introspectie (letterlijk: zichzelf van binnen bekijken!) Er bestaan drie karakteristieke vormen, die men populair kan weergeven met: weten, voelen, doen! Ze komen steeds alle drie tegelijk voor, maar zij variëren afzonderlijk herhaaldelijk in intensiteit.

De 4 Musketiers nl | 1935 | | page 10