de musketiers aandachtsgrens vast te stellen, be staat uit de volgende proef. Men gooit een aantal boontjes of kraal tjes in een doos en vraagt de proef persoon te zeggen hoeveel boontjes hij zag gedurende de korte tijd, dat hij ze te zien kreeg. Gewoonlijk ziet men er hoogstens 6 tegelijk! Het eigenaardige is nu, dat wanneer men de boontjes netjes in groepen legt, bijv. 2 x 2 of 3 x 3, dan komt de proefpersoon tot veel hogere cijfers. Dat komt ook uit, als men de ver halen leest van de grote export- slachterijen in Amerika, waar bijv. kudden schapen geteld moeten wor den. Als zo'n kudde een nauwe poort door gejaagd wordt, krijgt het per soneel niet de tijd om ze bij 2 of zelfs bij 6 tegelijk te tellen. Alles rent en dringt door elkaar; men gebruikt dan een maatstaf van 25 stuks tege lijk! Gaat maar eens na wat de beste methode is om een volksmenigte te meten. Het beste doet U dan door een maatstaf aan te nemen, die U bekend is, bijv. hoeveel mensen er tegelijk op een toneel gaan, hoeveel in een zaal of kerk, die U bekend is. De verslaggevers van sommige ge kleurde bladen schijnen nog al eens moeite te hebben met het schatten van de belangstelling voor de een of andere meeting! Dat de belangstellingsgrens inder daad te vernauwen is (concentreren noemt men dat), moge blijken uit het volgende voorbeeld. Toen ik zoeven naar deze kamer liep om te gaan schrijven, speelde de radio juist een gezellig deuntje, dat ik naar harte lust meefloot. Ik ging voor mijn schrijftafel zitten, hoorde de trams tingelen, auto's toeteren, in de tuin sjilpten een paar mussen, een hond blafte, toen nam ik een stuk papier en een potlood, begon te schrijven en zie, daar concentreerde zich mijn aandacht uitsluitend op het witte vlak voor mij. Ik hoorde niets anders dan het regelmatig geschuif van mijn potlood op het papier. De trams, de auto's, de hond, de mus sen, alles was nog aan het tingelen, toeteren, blaffen en sjilpen, maar ik word me er pas weer van bewust nu ik op dit moment daarover schrijf. Een beperking van de bewuste ge- dachtensfeer is hiermee bewezen. Dat is dan ook de reden, dat de reclame zich zoveel mogelijk van close-ups moet bedienen om 't aan gebodene of de voordelen daarvan onmiddellijk in het brandpunt der belangstelling te plaatsen! Waarom dan al die foto's en dure tekeningen van interieurs, >die aardige juffies en andere aandachtafleidende figuren als U snel uw reclameboodschap wil inprenten in het geheugen van den beschouwer? Er bestaat behalve dit brandpunt der belangstelling ook nog een vrij ruime marge. U kunt die 't beste vergelij ken met een zoeklicht. Op de plaats, waar 't licht treft, is het helder ver licht, maar om die stralenbundel heen ziet U toch ook nog een ge bied, dat vrij goed verlicht is. Als ik nu zit te schrijven heb ik niet gelet op de tocht langs de vloer, die ik direct bemerkte, toen ik straks ging zitten. Al die tijd moet die tocht er al geweest zijn, maar ik ging zo in de schrijverij op, dat ik het niet be merkte. Ik mag dus aannemen, dat er in mijn bewustzijn een marge is, waarover men in het algemeen spreekt met uitdrukkingen als: „Ik was bijna vergeten, dat Nu ik over de tocht schrijf, wordt het me zo ondragelijk, dat ik moet opstaan om de deur te sluiten. De aandacht van mijn werk is nu vol komen afgedwaald op die bijkom stige factor, de tocht! Men zou die marge met een heel onwetenschap pelijk woord wel eens „franje" kun nen noemen. Inderdaad lijkt het bij nadere beschouwing wel alsof een onderwerp, waarover wij denken, met een zekere franje omgeven is, die wij, zodra de aandacht erop valt, verder gaan uitpluizen en die steeds weer nieuwe knooppunten vormt voor de verdere gedachten- gang. U kunt aannemen, dat vele reclame-prikkels bij het lezen van kranten, circulaires, enz. opgedaan, in die „franje" achterblijven, latente gedachten vormen, die op een ge geven moment dienstbaar gemaakt

De 4 Musketiers nl | 1936 | | page 10