r municatiedeskundigheid kan worden in gezet voor het overbrengen van allerlei ideeën, ook voor alles wat buiten het commerciële vlak ligt. Dat is geen ge ringe potentie. Evenmin als de Vara heeft het reclame vak een identiteitscrisis. De wereld om ons heen weet misschien niet goed wie wij zijn, maar de hele wereld om ons heen neemt dagelijks waar wat wij doen. Wij worden niet beoordeeld op wat wij zeggen, maar op wat wij open baar maken. Daaruit blijkt duidelijk, dat wij altijd iets van mensen willen. Wij willen hun aandacht, hun tijd, hun me dewerking, hun geld. Daarover kan geen misverstand bestaan. Andere misverstanden rechtzetten Door het geven van voorlichting, wat gelukkig enigszins op gang is gekomen via het RIC, kan worden aangetoond, dat de overdreven macht van de reclame een fictie is. Reclame kan mensen geen dingen laten doen, die ze eigenlijk niet willen. Reclame kan producten in een stroomversnelling brengen als mensen zichzelf daarvoor in de markt plaatsen. Reclame kan geen slechte producten bij herhaling verkopen, als het product de reclame niet draagt en waar maakt. Re clame kan niet verantwoordelijk zijn voor een te hoge prijs van een product. Reclame bevestigt bestaande opvattin gen en kan onmogelijk totaal nieuwe trends zetten. Reclame heeft producten niet duurder, maar meestal goedkoper gemaakt. Producten zelf oefenen meer aantrekkingskracht op consumenten uit dan de mooiste kleurenadvertentieBe- invloeden van koopgedrag begint in de primaire kringen, waarin de consument zich beweegt: kennissen, vrienden, fa milie, collega's. Reclame kan snel en massaal gedachten over een product we reldkundig maken, uniform waar nodig, gedifferentieerd waar nodig. Het zou al een stuk helpen als hierover buiten onze kring meer ging worden nagedacht. Wenslijstje Meer voorlichting is een wens, die niet moeilijk is te aanvaarden. Zodra wij ons gezond verstand weer bij elkaar hebben, zullen wij hiervoor toch eindelijk wel eens een substantieel programma ma ken. Maar het is eigenlijk verbijsterend te moeten vaststellen, dat na 25 jaar voor een opleiding van tekstschrijvers nog al les te wensen blijft. Daarmee is niets miszegd van de schriftelijke cursus co pywriting, die de LOI heeft verzorgd. Wij zijn er blij mee dat die er tenminste vijf en twintig gedeeld door vier is. Maar een grondige avond- of dagop leiding voor mensen, die in de voor hoede van het bureau creatief en prac- tisch bruikbaar met de taal werkzaam moeten zijn, is als een onbegrijpelijk hiaat nog steeds achterwege gebleven. Laten wij niet zeggen dat de practijk de beste leermeester is, dat schrijven niet is te leren en dat talent zichzelf wel naar boven zal worstelen. Dat is net zo'n dooddoener als de kreet, dat de massa precies wil wat wij maken. De op leiding van alle creatieve vakken voor de reclame is een verwaarloosd gebied. Vooral nu de laatste vijf jaar de acade mies in hun maatschappij-kritische op stelling wel een publiciteits-opleiding erop nahouden, maar de reclame veelal besmet terrein verklaren. Hadden wij ook al lang niet de opleiding van de reclame-ontwerpers in eigen hand moe ten nemen? Er is trouwens al meer dan eens gepleit voor een gezamenlijke op leiding, die aansluit bij het verbale en visuele duo, het samenwerkende team in de practijk van het bureau. Gelukkig zijn ontwerpers, zich ook meer dan vroeger voor teksten gaan interesseren. Er zou een dagschool moeten komen waar communicatie-vormgeving centraal staat. De stof van alle randgebieden kan daaromheen gegroepeerd worden. De productie voor radio en televisie kan daarin een volwaardige plaats krijgen. Of samenwerking met radio, tv en pers mogelijk is, (omdat daar immers ook geproduceerd moet worden) moet maar weer eens worden onderzocht. Waar schijnlijk kan de reclame beter meteen zijn eigen weg gaan. Wij hebben van de genoemde sectoren weinig meer te ver wachten. Ik ben niet zo naief te veronderstellen, dat wij met zo'n onderwijs-instituut uit de problemen zullen zijn. Er moet binnen het reclamevak tegelijk nog zoveel gebeuren, waardoor een nieuwe houding ontstaat tegenover veel waarmee we dagelijks zijn. Het vak moet opnieuw geïnspireerd worden, het moet opnieuw gaan geloven in zichzelf. Toekomstige deserteurs van alle leeftij den gelieven snel te vertrekken. Jongeren die in het vak als professie geloven, moeten ook in de organisaties veel meer kansen krijgen. Voorwaarde is, dat zij zichzelf veel meer dan nu manifesteren. In deze tijd ontstaan in de reclame nieuwe esthetische en juridische normen. Dat maakt de tijd ook volledig rijp om aan de basis met goed reclame- onderwijs een nieuwe kritische generatie medewerkers te vormen. Zelfs economi sche depressies moeten ons daarvan niet weerhouden. Destijds is voor alle gezamenlijke initia tieven de vlag bij de NRS gehesen. Alle organisaties eendrachtig met elkaar om de tafel. Er was geen vuiltje meer aan de lucht! Toen heeft de banier nauwe lijks gewapperd. Zonder de schuldvraag te stellen kan worden uitgesproken, dat zonder uitzondering ieder diep is teleur gesteld over wat is gebeurd en over wat is nagelaten. Misschien wel het meest de NRS zelf. Het zou aardig zijn als de verwachtin gen van een paar jaar geleden weer zouden kunnen worden opgepoetst. On gecompliceerd gezegd is er weinig no dig om een flink stuk verder te komen: meer eenheid, meer onderwijs, meer voorlichting. Dat klinkt onbedoeld en waarschijnlijk door beroepsinformatie als een reclame-slagzin. Hij wordt gratis aangeboden aan ie mand, die de zaak voorgoed uit de knoop moet halen. NR. 16 6 AUGUSTUS 1975 11

Kontekst nl | 1975 | | page 11