Middenklasse communicatie Zo Zie ik het éiWiV4!T.-ï* P. Gros Het mag best eens gezegd worden. De afdeling Luister- en Kijkonderzoek (LKO) van de NOS verschaft com municatiedeskundigen en geïnteres seerden een schat van gegevens, die niet ongebruikt worden gelaten. De omroepen, die in de eerste plaats ge- interesseerd zijn in waarderingscijfers en kijkdichtheidscijfers, vragen zich vooral af, komt het programma-aanbod tegemoet aan de wensen van luisteraars en kijkers. Begrijpelijk in een situatie van voortdurende competitie om de gunst van het publiek. De analyses waarmee LKO zijn resulta ten doet vergezellen verdienen alle aan dacht. Het is in feite zo, dat het inzicht in de werking van de massamedia in Nederland en in het bijzonder natuurlijk radio en TV voor een niet gering deel te danken is aan de voortdurende begelei ding door dit onderzoekinstituut. Eén dezer dagen is dan weer een studie verschenen over 'kijken en luisteren' over de periode 1972-1974. Publieke wil Aan het woord worden gelaten een aan tal programmamedewerkers, die ver antwoordelijk zijn voor de actualiteiten rubrieken en dan valt op, dat deze diensthoofden natuurlijk de actualiteit voorop stellen, dat zij het gebeuren in de wereld, vooral de verdrukte mens op de voet volgen, maar hun programma aanbod toch mede laten afhangen van wat het publiek wil. Noemt drs. H. Glimmerveen, van NCRV-radio als een van de selectiecri teria 'de vermoedelijke belangstelling van het publiek'. Hans Jacobs van VA- RA's 'Achter het Nieuws', vraagt zich af, 'maak je er ook een aardig televisie programma mee?' Jaap van Meekeren van AVRO's 'Televizier' komt er eer lijk voor uit wel eens onderdelen op te nemen, omdat verondersteld wordt, dat ze voor het grote publiek appetijtelijk zijn. Tenslotte Ed van Westerloo van KRO-'Brandpunt', die de ellende van de wereld in zijn programma behoorlijk aan zijn trekken laat komen, maar daar- naast onderwerpen kiest waarmee ver wacht wordt een heleboel mensen een plezier (plezier is toch prettig?) te doen. Men zou kunnen zeggen een stuk redac tionele marketing, om er maar voor te zorgen, dat de actualiteiten er bij het pu bliek ingaan. Jaap van Meekeren eerlijk Niet te hoog Maar wat dat betreft moeten de ver wachtingen niet al te hoog gespannen zijn. Er blijkt nogal wat ruis te bestaan tussen programmamakers, speciaal voor actualiteiten rubrieken, en de luiste raars. Oorzaak: de programmamakers zijn middenklassers en hun programma's weerspiegelen het perspectief van de middenklasse. Dat is op zichzelf geen verwijt maar wel iets om even over na te denken. De doorsnee van het Neder landse publiek reikt niet tot aan die middenklasse. Snapt er in heel veel ge vallen niets van. De proef op de som is genomen. De begrijpbaarheid van drie radio actualiteitenrubrieken, tw. 'AVRO's radio-journaal', NCRV's 'Hier en Nu' en VARA's 'Dingen van de Dag'. En dan blijkt dat het publiek de actualitei ten, die zo zou men zeggen, toch duide lijk van elkaar verschillen, hoewel AVRO en NCRV het dichtst bij elkaar komen, niet kan onderscheiden. Welke omroep er voor verantwoordelijk is, men weet het niet. Dat is nog tot daar aan toe. Het pleit zelfs voor de re dacteuren, dat ze het nieuws op een zo neutrale manier doorgeven en becom mentariëren. Een proef heeft ook uitgewezen, dat nog geen 40% van de onderzoekgroep, direct na de uitzending van een actuali teiten onderdeel niet in staat is met ei gen woorden de inhoud te reproduceren. Wat heeft men er dan van begrepen? Van de oudere mensen bleek 80% de geboden informatie niet begrepen te hebben. 70% van de mensen met niet meer dan lagere school, begreep niet meer dan de helft van de aangeboden informatie. Zegt de samensteller van deze studie: 'Dat een doorsnee actuali teitenrubriek slechts te begrijpen is als men middelbaar onderwijs gevolgd heeft. En verder 'de groepen waarvoor enkele van deze rubrieken speciaal stel ling nemen, begrijpen weinig of niets van de geboden informatie'. Belangrijke invloed Dan is er iets waar vele cultuurpessimis ten zich nogal eens druk maken. Dat is de macht van de massamedia. En dan bedoelt men doorgaans, dat de media een belangrijke invloed hebben op het gedragspatroon van het publiek. Dat de media de houdingen t.o.v. allerlei maat schappelijke problemen doen verande ren. Wie de macht heeft over de media heeft de macht over (eenvoudige) gees ten, zou de conclusie moeten luiden. Maar vergeet het maar. Kloof De conclusies die door de Amerikaanse socioloog Klapper zijn getrokken wor den nog eens bevestigd. De media be vestigen eerder de eigen mening in plaats ze te veranderen. De kennis en de feiten die worden overgedragen ko men niet daar terecht waar ze terecht behoren te komen. Mensen die over de nodige informatie beschikken zijn ge neigd nog meer informatie op te nemen, mensen die nauwelijks van iets weten sluiten zich nog verder af. Met andere woorden, die niet stuitende stroom van informatie doet een kenniskloof ont staan, die steeds groter wordt. Wat er dan ook moet gebeuren is, dat de pro grammamakers moeten afdalen van de sokkel van de 'middenklassewaarden' en zich eens ernstig moeten gaan afvra gen op welke manier, naar presentatie en inhoud, informatie moet worden overgebracht om daarmee een kennis- brug te slaan over de kenniskloof. Te beginnen om zich beter in te leven in het gevoelsleven van al die 'gewone' mensen en zich te verdiepen in de ele menten die het leerproces beheersen, opdat ook het rendement van al die programmamakers wordt opgekrikt. NR. 16 6 AUGUSTUS 1975 19

Kontekst nl | 1975 | | page 19