MEER BAET op het aantal lezers dezer beide bladen, zelfs niet toen langzamerhand b.v. de Maasbode, nadat het ook met een ochtendblad kwam, onder de katho lieken een grooten lezerskring begon te krijgen, of schoon toen natuurlijk in die kringen langzamer hand uit den aard der zaak de behoefte om er een ander groot ochtend- en avondblad naast te lezen, wellicht iets begon te verminderen. Dit verlies voor de beide nationale bladen werd intusschen dubbel en dwars goed gemaakt door de grootere belang stelling tengevolge van den oorlog, in het algemeen voor de dagbladen in verband met de gebeurtenis sen, in het bijzonder voor de bladen met ochtend en avonduitgave. Die belangstelling was zelfs zóó groot, dat het Nieuws van den Dag toen aan zijn avondblad ook een ochtenduitgave toevoegde en niettegenstaande het aantal nationale bladen met ochtend- en avondbladdaardoortot 5 steeg,kanmen gerust aannemen, dat gemiddeld de oplagen dier bla den tij dens den oorlog meer dan verdubbeldenMen kan natuurlijk niet zeggen hoe groot het accrès van een blad als de N.R.C. onder normale omstandig heden op het oogenblik zou zijn geweest in verge lijking met 1914; evenmin of dat accrès grooter zou zijn geweest, indien de politieke invloedssfeer der bladen niet gewijzigd ware. Ik geloof echter niet, dat die gewijzigde politieke invloedssfeer veel ver andering heeft gebracht in de belangstelling voor de N.R.C. omdat men mag aannemen, dat zelfs de andere partijen toch nog groote belangstelling heb ben voor de liberale opvattingen, maar vooral ook nog steeds de groote waarde van de N.R.C. als nieuwsblad met grootere uitgebreidheid in bijna alle rubrieken, bekend door zijn buitenlandsche correspondenties, enz. blijven inzien. 2. Is U van meening, dat de houding der lezers- schare van de N. R. C. tegenover het blad ver anderd is, in zooverre het groote publiek, naar een bekend journalist laatst opmerkte, tegen- woordig van zijn krant minder verlangt het geven van een meening dan ivel een vluggen en vol- ledigen berichtendienst? Deze vraag bevat een fond van waarheid, vooral wat de jongere generatie betreft, in hoofdzaak ge volg van den oorlog en vooral de na-oorlogsche ja ren. Toen is de mentaliteit vooral van het jongere publiek ook door den invloed van de sensatiepers wel zeer sterk gewijzigd, waartegenover echter weer staat, dat de oude garde zonder twijfel hare belang stelling voor een blad als de N.R.C. behouden heeft en ook onder de nieuwe, in den oorlog ge kweekte krantenlezers, er velen zijn die aan een degelijk blad boven een sensatieblad de voorkeur geven. Zonder twijfel zou intusschen het accrès grooter zijn geweest, indien niet de oorlog en bo venbedoelde invloed een deel van het publiek voor de degelijke pers bedorven had, m.a.w. het aantal oppervlakkige en op sensatie beluste lezers is groo ter geworden, wat natuurlijk de tweede rangs pers ten goede is gekomen, terwijl ook vooral de volks bladen uit den aard der zaak geprofiteerd hebben van het enorme accrès aan krantenlezers in het al gemeen. 3. Zoo ja, zijn er dan verschijnselen die er op wijzen, dat in deze weer een kentering te ver wachten of wellicht reeds ingetreden is, en de N.R.C. thans een deel van de jongeren weer op bijzondere wijze in haar cultureele invloedsfeer iveet te betrekken? Zeer zeker zijn er verschijnselen die er op wijzen, dat een kentering niet alleen te verwachten is doch reeds is ingetreden. Zonder twijfel begint er niet alleen een nieuwe generatie te komen doch begint ook een deel van de oorlog-generatie weder meer gevoel te krijgen voor een degelijke volledige cou rant. Dit is mij duidelijk uit het toenemend accrès gedurende het laatste jaar gebleken en het blijkt wel, dat die kentering niet een min of meer plaatse lijk karakter draagt, doch de verschijnselen duiden op een gewijzigden smaak practisch over het gehee- le land. Ik ben dan ook overtuigd, dat de N.R.C. in de toekomst weder steeds meer er in slagen zal de jongeren van goede opvoeding in haar cultureele invloedssfeer te betrekken. Men mag ook niet ver geten, dat de Nederlandsche aard, hij moge onder bepaalde omstandigheden tijdelijke afwijkingen vertoonen, toch in de kern ernstiger is, dan die van de meeste andere landaarden, hetgeen teweeg brengt, dat te oppervlakkige kranten aan zeer velen op den duur geen voldoende bevrediging geven. 4. Welk verband acht U aanwezig tusschen een als bovenbedoeld gewijzigde houding van het lezerspubliek en de waarde der advertenties in de pers in 't algemeen? Deze vraag is vrij eenvoudig te beantwoorden. Het spreekt wel vanzelf dat de advertentiën betref fende degelijke artikelen, betreffende financieele aangelegenheden enz. meer bestemd voor het in- tellectueele en tevens meer koopkrachtige en beleg gende publiek steeds meer op hun plaats zullen zijn in de degelijke groote nationale bladen. Over de ge wijzigde waarde der advertenties van de bladen in het bijzonder wil ik mij liever niet uitlaten. Dan zou ik min of meer persoonlijk moeten gaan worden. In het algemeen kan echter gezegd worden, volgens mijn meening, dat de degelijke pers meer kans heeft op vooruitgang, de sensatiepers op achteruit gang, omdat die steeds meer door een minder in tellectueelenmeestal ook minder koopkrachtig pu bliek gelezen zal worden, ook al gevolg van den lage- ren abonnementsprijs. Buitendien spreekt hetvan-

Meer Baet nl | 1929 | | page 5