Wat onze lezers 17 ons zonden. 153 MEER BAET moet wekken, dat men niet met reclame te doen heeft. De laatste meters van de film brengen dan pas de reclame, in de veronderstelling dat het pu bliek ademloos van verrassing zal zijn. Aan de on benulligheid van het geval ziet de toeschouwer (als bioscoop-bezoekers geen intelligentie hebben zijn zulke „geestige" rolprenten toch ook niet op hun plaats) dadelijk waar het om gaat en uitroepen als „Oh, dat is reclame" zijn wel kenmerkend. De titel dan luidde „Verstandige zakenlieden" of iets in dien geest. Erg suggestief was dat bepaald niet. Het sloeg trouwens als een tang op een varken. Het „scenario" kon van Conan Doyle of Edgar Wallace geweest zijn. 't Was iets van een Lord (Rodi Roeters was die zeer patserige Lord), die in een Chrysler naar een voetbalwedstrijd ging, twee landloopers (een er van was Willem v. d. Veer) gappen den wagen, een armzalig troepje als „Amerikaansche" verkeers politie uitgedoste motorrijders achtervolgt hen op den Zandvoortschen zeeweg en als de zwervers ge pakt worden mompelen ze van „verleiding" e. d. Dat zooiets mogelijk is, men moet er zich over verwonderen. Dergelijke reclame-films worden evenwel geregeld in bioscopen vertoond en het is ons onverklaarbaar dat men goede „showmen" als Tuschinski er toe bereid vindt. De vergoeding speelt immers in verhouding tot het wekelijksche bioscoop-budget nagenoeg geen rol. Een film voor „Chrysler". Het is voor een wer kelijk cineast om van te watertanden. Is er wel één onderwerp denkbaar, dat zich beter voor een re clame-film leent? Al die ongelooflijk knappe en be zielde dingen die Crawford's Copywriters en kun stenaars als Mac Knight Kauffer, Ashley, Marfurt e.d. gewrocht hebben, zij missen het meest essenti- eele: leven, beweging. Welk een taak om op dit werk voort te bouwen. De wagen gefotografeerd in volle vaart, van bo ven, op zijvan onderen, langs en tusschen de wie len, korte flitsen van den werkenden motor, de cy linder, de auto in bochten, opgenomen achter het stuurrad, voorbijflitsende boomreeksen. Chrysler's mascotte, de Vikingkop, de veering, dat alles gefo tografeerd met benutten van alle mogelijkheden, die de moderne film-techniek den cineast ten dienste stelt, meervoudige opnamen over elkaar, ausblenden, e. d. Zulk een film zou geen flauwen titel noodig heb ben. De naam Chrysler zou er telkens en telkens weer doorheen moeten schieten„Chrysler, Chrys ler". (Chrysler heeft zulke suggestieve copy als „Wij zullen niet vermoeid zijn als wij U ontmoe ten", „Wij komen in een Chrysler"). Wij denken in dit verband aan de Russen waar de titels één ge heel met de film vormden en dienden om de eene scène logisch en suggestief met een volgende te ver binden zonder den climax te onderbreken, ja deze zelfs te versterken. De mogelijkheden, die de Soundfilm te dien opzichte in de toekomst zal bie den, zijn onbeperkt. Zulk een film zou óók geen camouflage noodig hebben, zij zou ongetwijfeld den toeschouwer boeien door beweging, spoed en lijnenspel. Welk een gelegenheid om de schoone lijnen van onze moderne auto te laten uitkomen Men behoeft voor het vervaardigen van een der gelijke film zich niet tot het buitenland te wenden, er moeten in Holland filmmenschen zijn die dit kunnen maken. Wij wijzen slechts op onzen voor- treffelijken cineast Joris Ivens, wiens eerste werk „de Brug" reeds van groote talenten blijk gaf. Wij stellen ons voor regelmatig in „Meer Baet" de nieuw uitgebrachte reclamefilms in het kort te bespreken en zouden het op prijs stellen, wanneer belanghebbenden ons van het uitkomen van recla mefilms op de hoogte hielden. Waarom worden er zoo weinig duurdere potlooden verkocht?" is ditmaal het „hoofdartikel" in R.W.A.- Nieuws. Alweer kort en goed! Maar de aanbeve ling van den winkelier zou bij het publiek nog meer suc ces sorteeren, wanneer ze door wat meer reclame ge steund werd. Kan Caran d'Ache alleen wèl adverteeren? Een kwaliteitsreclame vormen zeker ook de ons door André J. H. Ceurvorst toegezonden nieuwe Chrysler- boekjes: nakomelingetjes van het groote Chrysler's Sil ver Book. Chrysler 75 met gouden omslag, Chrysler 65 met zilveren omslag, Plymouth in frisch rood en blauw (zeemanskleurenl). Goed is toch de uit Engeland van Crawford's stammende copie der Chrysler- reclame! Nu ook weer in deze boekjes. B.v.„Ah de Chrysler 75 ..En dan rijdt eens, ziet de voorbijflitsende boomen, hoe gij de telegraafpalen voorbij snelt het is alsof zij elkaar tegemoet komen, één lange heg vormen en elkan der toefluisteren: „Ah dat was een Chrysler „75". En U, U zit comfortabel weggezonken in zachte kussens, stuurwiel in Uw hand, luisterend naar het suizen van den wind langs den wagen, het regelmatig wegfloepen van telegraafpalen, genietend, dit is wel het grootste ge not wat autorijden U schenken kan." Vervoiff

Meer Baet nl | 1929 | | page 15