Wat onze lezers ons zonden. 177 MEER BAET De heer Ypma, reclame-chef der firma J. C. Bol- doot schrijft het volgende ,,U wenscht mijn opinie te weten omtrent de wenschelijkheid van het signeeren van advertenties door advertentie-bureaux. Ik vraag mij af, welk nut heeft het? De eenige, die er profijt van kan hebben is het Bureau. Doch doet een advertentie-bureau er goed aan, om op kosten van zijn opdrachtgever reclame te maken voor zichzelf? Bovendien lijkt mij deze reclame weinig doeltreffend. Wanneer een advertentie-bureau op eigen kosten reclame zou maken, zou het dit toch ook niet doen door middel van advertenties, doch eerder door het zenden van propagandabrieven of -drukwerken. Van de duizenden, die een advertentie zien, in teresseert het slechts enkelen, wie die advertentie gemaakt heeft, n.l. hen, die zelf adverteeren. En nu lijkt het mij in ons kleine land, met zijn betrekkelijk gering aantal goede service-bureaux, voor een ad verteerder, wien een bepaalde campagne interes seert, heusch niet moeilijk om te weten te komen, welk bureau deze campagne verzorgt; daarvoor is de signatuur niet noodig. Trouwens, een actief bu- Van de Osram-Liehthefte werden ons toegezonden No. C 4 en C 6: „Licht als Helfer beim Verkauf" en „Licht und Arbeit". Zij bevatten allernuttigste informaties, doch waar het reclame-uitgaven zijn, propaganda-geschriften en geen boekjes die uit interesse gekocht worden en waar de lezer dus vanzelf meer moeite voor over heeft had de inhoud smakelijker moeten worden opgediend. De meer dan lange alinea's (vaak een pagina langmaken de lec tuur onnoodig vermoeiend aan een overzichtelijken, prettig leesbaar makenden opmaak is blijkbaar geen aandacht gewijd. Ook Philips Gloeilampenfabrieken hebben in de laatste maanden enkele reclame-brochures het licht doen zien. Wij hebben er hier drie „Lampengeheimen" - blijkbaar bestemd om via de kinderen de belangstelling der ouders te wekken en „Van Licht en Lampen" direct tot de huisvrouw gericht. Deze boekjes uiter aard minder zakelijk van inhoud en veel korter -zijn allerprettigst leesbaar door breede marges, veel interli nies, korte zinnen. De illustraties, naast den tekst geplaatst, zijn in zachte tinten gehouden en zijn daardoor niet, wat vaak het ge val is, een hinderpaal om den tekst rustig te kunnen lezen. De omslag van „Lampengeheimen" is geestig. De kroon spant het boekje „Licht in Uw Woning"- uitstekend van opzet, interessant en goed en vlot ge schreven. Dat boekje overtuigt U, datgemeer pleizier kuntheb- ben van een verbetering der verlichting in Uw kamers reau zal, indien het zijn relaties wenscht uit te brei den, wel zorgen dat degenen, die hiervoor in aan merking komen, op de hoogte worden gebracht van zijn capaciteiten. Nu zal men mij tegenwerpen: een fabrikant plaatst toch ook zijn naam of handelsmerk op zijn artikelen. Zeker, doch in dat geval doet dit merk of die naam dienst als een waarborg voor de kwaliteit van het product. Dit geldt niet ten opzichte van de advertentie. Immers, de lezer, interesseert zich niet voor de advertentie als zoodanig, doch voor den inhoud en hiervoor draagt niet het bureau, doch de adverteerder de verantwoording. Tenslotte: in een advertentie moet m.i. elk on derdeel medewerken tot het bereiken van het doel, het propageeren van het product of den service, die de adverteerder heeft aan te bieden. De signa tuur van het Bureau doet dit niet in sommige ge vallen zelfs werkt zij storend en behoort dus niet in de advertentie." een benutten van de talrijke verlichtingsmogelijk heden, dan van een aanwinst van Uw meubilair. „Ah Chrysler", beginnen we al te zeggen, als we reclame-specimen van Andi'é Ceurvorst ontvangen. En ditmaal zeiden we nóg eens „Aheenigszins ge- pateerd als wij waren door de kostbare en smaakvolle uit voering van den nieuwen in 'tEngelsch gestelden Chrys ler Imperial Catalogus. Draeger Frères Parijs ver zorgde het geheel. Kostbaar papier, teekeningen van de Chrysler Imperial met de verrassende lichteffecten door perfecte toepassing van de opmerkelijke spuittechniek volgens Samuel Otis, een magnifieke Grotesque-letter, mooie foto's, mooie gekleurde platen, mooi, suggestief prozaeen eerste klas reclame voor een eerste klas wagen. Er wordt tegenwoordig door adverteerders wel om de gunst van de jeugd gedongen. Alleen zou 't erg nuttig zijn, zoo men over 't algemeen aan de verzorging van het reclame-drukwerk voor onze jongste jongeren wat meer ten koste legde. Het ziet er vaak nogal erg goedkoop uit. „Uit Koekstad" van Sluis, Deventer kon wat dat be treft ook wel smakelijker zijn. Overigens zal een op zich zelf staande poging om op deze wijze met versjes de jeugd te bereiken, niet veel effect sorteeren een plan, dat systematisch en bij voortduring de nieuwe generatie bewerkt, heeft pas waarde. „Nat en Droog", het huisorgaan van de Haarlemsche Stoomverffabriek is goed. Niet grooter dan noodig, en wat er in staat is ad rem. Als advertentie-man vindt je 't alleen zoo jammer, dat het uitstekende artikeltje: „Wie niet schildert, moet timmeren" niet ook tot een flinke advertentie in de bladen wordt omgewerkt om 't ook krachtig aan het groote publiek mede te deelen. „De Bescherming van IJzerconstruetie" is een effi cient reclameboekje van dezelfde fabriek.

Meer Baet nl | 1929 | | page 11