Koloniale De Jaarbeurs in 1930 283 MEER BAET ER wordt door velen betwijfeld of een Koloniale Jaarbeurs in Nederland wel zal beantwoorden aan de verwachtingen die het bestuur daarvan koestert voor de Nederlandsche industrie. Naar de meening van schrijver dezes, zal het aantal pessimisten zeker toenemen onder degenen die van den handel in Indië wat meer afweten, vooral na de uiteenzettingen die de voorzitter van den Raad van Beheer der Utrechtsche Jaarmarkt dezer dagen heeft gegeven aan een journalist (zie Han delsblad Avondblad ed. 20 Sept. 1929). Als wij de motieven eens nagaan, die aanleiding zijn geweest om deze Koloniale Jaarbeurs te houden, dan moeten wij tot onze spijt verklaren dat het goede doel „bevordering van den han del in Indië van Nederlandsche industrieproduc ten" al heel weinig gebaat zal zijn met deze „bevlieging" van het Jaarbeursbestuur. De subsidie van het Rijk a Fl. 50.000 is er, de Koloniale Jaarbeurs zal dus doorgaan! De uitlating van den voorzitter van den R. v. B. der Utrechtsche Jaarbeurs: „in geen geval mag een poging achterwege blijven die er toe zou kunnen leiden, den Nederlandschen import in de eigen bezittingen te stimuleeren" zouden wij noodgedwongen moeten aanvullen met het volgende: „al kost deze ook Fl. 50.000 en al wordt dit bedrag en wat anderen daaraan nog spendeeren zullen, daarmede gevaarlijk geriskeerd!" Uit den aard der zaak juichen wij elke serieuse poging toe die kan leiden tot uitbreiding van den afzet van Hollandsche producten in onze Oost. Maar daarentegen behouden wij ons het recht voor de Hollandsche industrie te waar schuwen, wanneer dit op dilettantistische manieren geprobeerd wordt met geld van dè Nederlandsche schatkist en uit den zak der Nederlandsche fa brikanten. Wèl zijn wij er van overtuigd dat op die Koloniale Jaarbeurs weer heel wat te kijken zal zijn. 't Kan wel interessant worden, al die bekende artikelen uit Indië te zien, waarover de voor zitter van den R. v. B. der Utrechtsche Jaar beurs sprak, toen hij door den Handelsblad-cor respondent werd geïnterviewd. Maar het succes? Men zal hier den fabrikant laten zien wat voor Indië geproduceerd moet worden. Alsof dat alleen reeds eenig nuttig effect sorteeren kan. Er zijn heel wat Nederlandsche fabrieken, die artikelen produceeren geschikt voor Indië en er toch geen doorslaand succes mede hebben gehad in onze Oost, terwijl zij reeds jaren doende zijn om daar vasten voet te verkrijgen voor haar producten. Niet wijl b.v. de verpakking niet deugde, de kwaliteit onvoeldoende was, of omdat men in Hol land niet op de hoogte was met de andere eischen die voor Indië gelden, doch vooral omdat er in het algemeen te weinig rekening mee wordt ge houdendat ook in ons Insulinde zonder propaganda niets te bereiken is. Vooral ook door de groote reclamecampagnes, die de meeste Amerikaansche, Australische, Engelsche enDuitsche firma's voeren, teneinde hun verkoopsorganisatie in Indië te steunen bij hun pogingen om een markt te ver overen of in stand te houden. Eenzelfde activiteit van de Hollandsche industrie komt sporadisch voor. Hier schuilt gewoonlijk de grootste fout en ver moedelijk maakt óók het Jaarbeursbestuur deze. In Holland meenen de outsiders altijd dat er in Indië aan alles een zeker gebrek is. In waarheid demonstreert de heele wereldhandel zijn activi teit óók in onze Oost, zoodat men allerminst daar alle mogelijke Hollandsche artikelen noodig heeft. Men kan zeker heel wat Hollandsch fa brikaat gebruiken. Doch dat is een heel andere kwestie Hebben de initiatiefnemers dezer Koloniale Jaarbeurs er wel eens aan gedacht, dat met een goed artikel zonder een behoorlijke distributie organisatie en fiksche propaganda, ook in Neder- landsch-Indië niets te bereiken is Als de fabrikant, die iets geschikts voor onze

Meer Baet nl | 1929 | | page 5