333 MEER BA ET Hij wil niets cadeau hebben. „Onze koffie is niet schadelijk voor Uw hart!" Dat interesseert hem erg. „Tuinmeubelen naar ontwerp van Professor Zoo en Zoo!" Dat is hem onverschillig. „Denkt aan Uw balkon!" Hier denkt hij aan zijn balkon. Uit deze eenvoudige voorbeelden kan men zien, welke reclame indruk maakt op den verwende. Hij brengt al datgene met zich zelf in verband, wat hem, den verwende en aanmatigende in het dagelijksche leven van gerief dient, hij is ont vankelijk voor alles, wat hemde dwaze alledaagsche moeilijkheden uit den weg zou kunnen ruimen. Hij, de verwende, in negen van de tien ge vallen een uiterst onpractisch en in handenarbeid onbedreven mensch, hij zal steeds weer opmerk zaam worden, wanneer iemand hem iets aanbiedt, dat aan zijn onpractischen aanleg tegemoet komt, zijn gebrek aan handigheid minder doet opvallen en zijn onbedrevenheid in zulke zaken verhelpt. En dus reageert hij, de verwende, niet op superlatieven, maar op eenvoudige en practische woorden, op korte raadgevingen en aansporingen, die hij zeker ter harte zal nemen, wanneer hij er opmerkzaam op gemaakt wordt. Hij heeft genoeg van de hoogdravende aan kondigingen, hij gelooft ze nog wel, maar ze interesseeren hem niet meer, omdat hij ze overal aantreft. Maar hij is ontvankelijk voor dit zekere oogen knipperen, voor de eerlijke en totaal onbaatzuchtig lijkende taal van een eenvoudige reclame. Hij, die in alle dingen van het dagelijksche leven zich zelf verwent en buitendien van meening is, dat zijn smaak niet te verbeteren is, die het op dringerig vindt, wanneer een verkooper hem zegt, dat deze das de modernste is, en hem zegt wat de mode is, hij, die niet graag heeft dat een ander hem zegt, wat het mooiste is en het vol maaktste, hij is dankbaar, wanneer hij op een heel eenvoudige en primitieve aansporing stoot, die hij zonder veel ophef gebruiken kan. Hij laat zich heel ongaarne iets voorschrijven, maar hij is dankbaar wanneer iemand hem iets dat heel practisch is, aanbeveelt. Hij gaat aan de hoogdravendste reclames onverschillig voorbij, maar het treft hem, wanneer hem drie woorden tegenschitteren, die betrekking hebben op zijn schoenen, of zijn boord, of zijn cigaretten-aan steker, of zijn fiets, of zijn wagen. En terwijl de mindere reclame-vaklui deze verandering niet bemerken of idioot veel geld vorderen voor nieuwe „tricks", hebbende genialen onder hen een heel eenvoudigen weg tot de oogen en ooren der verwenden gevonden. En zij weten, want anders hadden zij dezen weg nooit ingeslagen, zij weten precies, dat de verwende onder alle koopers de beste is, dat ook de verwenden een massa vormen en vertegen woordigen, en dat deze massa, wat koopen be treft, de élite onder alle koopers is. En zoo begonnen de genieën onder de pro- paganda-deskundigen zich naar de verwenden te richten en zinnen en illustraties uit te vinden, die dat enkele en kostbare oogenblik ten gevolge zouden moeten hebben, waarin de verwende staan blijft en overlegt, of hij dat practische artikel niet zou kunnen gebruiken. Er worden dus gezocht: Genieën op het ge bied van beknopte taal en eenvoudige teekening, genieën, die wonderen kunnen doen met een enkel woord of een paar lijnen. En deze genieën zijn de groote menschenken- ners en de groote psychologen der zakenwereld. En zij verdienen elk salaris, dat zij wenschen. Wij troffen bovenstaand artikel aan in „Re- klame und Publikum", een speciaal reclame bijblad van het „Berliner Tageblatt" ter gelegen heid van het Reclame-Congres, dezen zomer in Berlijn gehouden. Wij vonden dit artikel van de hand van Fred. Hildenbrandt goed genoeg om het in zijn geheel aan onze lezers voor te leggen e se trouver ensemble New. York Times

Meer Baet nl | 1929 | | page 25