REVUE DER RECLAME INDIEN DE VOORTEEKENEN NIET BEDRIEGEN Ter Iniroduciie WAARIN OPGENOMEN DE RECLAME EN MEER BAET In den loop van 1937 wer den in de Genootschaps keuken verschillende gerech ten op het vuur geplaatst. Er zijn er bij, welke onderweg zijn verongelukt en de ge dekte tafel dus nooit hebben bereikt. In onderstaande korte be schouwing dien ik U een zeer bijzonder gerecht op: een nieuw orgaan. Waarom deze weinig gebruikelijke „gang" op ons menu? Uit welken hoofde een dergelijk experiment begonnen? Is het Genootschap daarmede ge diend? Laat mij trachten zeer in het kort een en ander op deze bladzijde voor U uit te wer ken. Er zijn veel periodieken ook op reclamegebied. Veelheid kan van groot be lang geacht worden, zij kan ook nadeelig zijn. In kleinen Genootschapskring is daar over herhaaldelijk van ge dachten gewisseld. Men be sloot een poging tot cen tralisatie op dit gebied te wagen. Tallooze conferenties, allerhande gevoeligheden, het ontzien van hen, die zich al op de teenen getrapt meenen, terwijl men nog slechts in aantocht is, de vrees belan gen te zullen schaden bij eventueele mislukking en het verkrijgen van de noodige volmachten, dat alles is slechts een onderdeel van de moeilijkheden, die zich gaan voordoen, wanneer men een dergelijk plan tot een goed einde wil brengen. Om de groene tafel zijn verzameld de Heeren Levis- son, Grollenberg, Coppens, Beckers en schrijver dezes. Exploitanten van drie bladen, die grootendeels hetzelfde beoogden. Op het eerste ge zicht geen combinatie van wat men eenvoudig wegjes zou kunnen noemen: gemak kelijke lieden. Allerminst. Toch is er op zeer aangename wijze, elkanders eigen stand punt respecteerend, onder handeld met één doel voor oogen: de combinatie te bereiken, in het belang van het Nederlandsche reclamewezen. Die voorop gezette bedoeling heeft gun stig gewerkt. De besprekin gen kregen eind December haar beslag en het resultaat is, dat een concentratie is verkregen, die de drie parti cipanten van groot belang achten. Zoo ligt dan voor U het eerste nummer van het orgaan „De Revue der Recla me", waarin zijn opgenomen het Officieel Orgaan van het Genootschap, Meer Baet en de Reclame. Een geheel nieuw kleed, een nieuwe in deeling, misschien zoo op het eerste gezicht nog wat on wennig. Het is best mogelijk. Volmaakt is het niet en zal het ook nooit worden. Bevre diging schenken aan al onze Genootschapsleden is uitge sloten. Maar wel mag wor den verwacht, dat deze stap door de meesten zeer zal worden toegejuicht, dat men hierin zal willen zien een uiterst belangrijk samengaan en de mogelijkheid om door deze concentratie iets te kun nen bieden, waarop wij allen met voldoening kunnen neer zien. Indien de voorteekenen niet bedriegen, is er niet alleen voor het Genootschap, maar voor de Nederlandsche recla mewereld een belangrijke stap gezet. Wij zijn er van overtuigd, dat men de geno men beslissing zal toejuichen. Men helpe mede om het vooropgestelde doel te be reiken. MOLLERUS HAARLEM FEBRUARI 1938 DIR.-HOOFDRED. J. ASBERC OFFICIEEL ORGAAN VAN HET GENOOTSCHAP VOOR RECLAME - KEIZERSGRACHT 28/34 - AMSTERDAM Juist een maand voor het verschijnen van dit eerste nummer werd het besluit tot fusie genomen. De tijd was kort, zéér kort. De fusie vroeg een geheel nieuwe vormgeving, èn wat den inhoud èn wat het uiterlijk be trof. De inhoud: gepoogd werd te komen tot een zoo noodige synthese op het gebied der reclame. Het uiterlijk: er is een zakelijke soberheid betracht. Reclame altijd in een luxueus kleed, in een Zondagsche jurk ten toonstellen, is niet juist. Reclame is héél zeldzaam: Koningin, dikwijls: dienstmaagd, meestal: werkster. Als zóódanig zal zij in de Revue der Reclame vooral naar voren komen. Vier maal per jaar verschijnt ons blad in „feestgewaad". Spontane en enthousiaste medewerking mocht ik van alle zijden ondervinden. Ook in de toekomst houd ik mij daarvoor aan bevolen; alsmede voor critiek. Met genoegen neem ik de belangrijke taak op, die mij werd toevertrouwd. ASBERG, Dir.-Hoofdredacteur.

Revue der Reclame nl | 1938 | | page 1