RECLAME Geen systeem-looze kennis verwerving, maar scholing ONDERWIJS Hei examen voor reclame- assisieni *5 5 Wij behoeven ons bij de bespre king van het reclame-onderwijs niet opnieuw te verdiepen in zijn wen- schelijkheid en evenmin is het vruchtbaar, te bepeinzen, waarom wij het officieele reclame-onderwijs in Nederland zooveel later zijn be gonnen dan in verschillende andere landen. Dat wij zooveel later zijn be gonnen is misschien, op zichzelf genomen, nog heelemaal niet zulk een ramp, omdat wij daardoor, zeker in ons land, niet zullen vervallen in enkele fouten, waaraan men zich in het buitenland heeft schuldig ge maakt. Wij Nederlanders zijn geen lichtvaardig volk en wij gaan niet graag over één nacht ijs. Veel belangwekkender is het, na te gaan, welke eischen men aan reclame-onderwijs dient te stellen en aan welke verwachtingen een syste matische opleiding voor het reclame vak dient te beantwoorden. Niets is heelemaal waar en ook de vol gende uitspraak niet, doch men be nadert de waarheid heel erg dicht, wanneer men zegt, dat het reclame- onderwijs typisch vak-onderwijs is. Wat o.m. inhoudt, dat bij een der gelijke opleiding het theoretisch onderwijs zinvol moet worden ge combineerd met practisch werken. De tafel-van-vermenigvuldiging methode is bij deze opleiding geheel uit den booze. En men kan pas dan eenige waardevolle uitkomsten van dit onderwijs tegemoetzien, wanneer de cursist of leerling gedwongen wordt om met gebruikmaking van een pugilistische beeldspraak doorloopend op zijn teenen te staan, anders uitgedrukt: wanneer het on derwijs zoodanig is ingericht, dat de reclame-leerling doorloopend creatief bezig .is of althans telkens opnieuw voor verschillende pro bleemstellingen wordt geplaatst. Hiermede bedoelen wij het vol gende: Naast de theoretische leer stof, waaronder wij verstaan al die door E. B. W. SCHUITEMA gegevens en elementaire beginselen, die de reclameman bij de dagelijk- sche uitoefening van zijn vak van noode heeft, moet aan den leerling voortdurend worden opgedragen, materiaal te verzamelen en te analy seeren en zijn oordeel over reclame uitingen uit te spreken. Vanaf het eerste begin kleine werkstukken uit te voeren, reclamewerk van zich zelf en van anderen aan de begin selen, die hem worden voorgehou den, te toetsen, op kleine schaal onderzoekingen te doen, die hij als vakman op groote schaal zou ver richten, enz., enz. Hij zal opgaven tot het samenstellen van een kleine campagne moeten uitvoeren, een budgetverdeeling moeten opstellen en bij elk onderdeel van deze op gaven moeten kunnen aangeven, waarom dit zoo en niet anders is. Hij zal als een leerling van de am bachtsschool moeten leeren, zijn ge reedschap - in dit geval zijn ken nis te hanteeren. Nu is het onmiddellijk duidelijk, dat dit onderwijs buitengewoon zware eischen stelt aan de instruc teurs. Temeer omdat men in de reclame nog met zoovele ontastbaar heden te maken heeft en er zooveel vraagstukken zijn, waaromtrent de strijd der opinies telkenmale op nieuw oplaait. Juist dit is een van de redenen, waarom vele eerste rangs reclamemenschen nog altijd twijfel koesteren ten opzichte van de daadwerkelijke uitkomsten van het reclame-onderwijs. Wij meenen goed te doen, juist op dit vraagstuk die per in te gaan. Eerst een algemeen kennis fundament. Het reclame-onderwijs zal nooit vruchtdragend kunnen zijn, wan neer men een leerling dus iemand, die nog geen gefundeerde meening ten aanzien van bepaalde onder werpen heeft, doch hoogstens onder den invloed van de aantrekkelijkheid van een bepaalde stelling is geko men zou betrekken in een strijd der opinies. De leerling weet voor opgesteld niets, doch men begint hem naar eer en geweten het best denkbare kennis-fundament te ver schaffen om hem in staat te stellen, daarop het gebouw van zijn vak manschap op te trekken. Twijfel bi; den leerling aan de hechtheid van het fundament is funest voor zijn ontwikkeling. De leerling zal dus voetstoots en critiekloos de elemen- tair-theoretische beginselen dienen te aanvaarden. En met deze basis zijn eigen creatieve eigenschappen moeten ontwikkelen. Daardoor ver wezenlijkt men hij den cursist een homogene kennis-massa. Blijkt voor hem nu bij zijn verdere ontwikke ling, dat zijn theoretisch fundament ten aanzien van bepaalde onder deden vernieuwing of herziening behoeft, dan is deze veranderde instelling een gevolg van een rij pingsproces bij hemzelf en niet de uitkomst van een toevallige voor keur voor een aantrekkelijke stel ling uit een tijd, waarin hij tot oor- deelen onbevoegd was. Eén middelmatige generaal is nog altijd beter dan tien goede; een een vormige opleiding, die noodzake lijkerwijs eenigszins axiomatisch en autoritair wordt gegeven, is nog altijd beter dan de systeemlooze kennisverwerving, waarvan ook nu nog zoovelen het slachtoffer zijn. Bovendien voorziet het onderwijs nog in een andere, zeer dringende noodzaak, n.l. de noodzaak van be trekkelijke volledigheid. Voor het individu wordt dikwijls de noodzaak voor het vergaren van kennis ge dicteerd door zijn aanleg en zijn voorkeur. Voor den leerling wordt de noodzaak bepaald door zijn in structeurs. Nu vleien wij ons geenszins met de verwachting, dat reclame-onder wijs onmiddellijk de reclame-beoefe- ning zal verrijken met eenige geniale nieuwigheden. Maar wij vleien ons wel met de wetenschap, dat degene, die degelijk reclame-onderwijs heeft genoten en daarvan op een examen blijk heeft gegeven, alle garanties biedt, dat hij van de beoefening van het vak in al zijn geledingen op de hoogte is en dat hij de beginselen van de talrijke zuiver reclame-tech nische onderdeelen als: lettertypen, drukprocédé, reproductiemethoden, illustratie-techniek e.m.d. onder de knie heeft. Hij zal dan weten, dat een advertentie meer is dan een plaatje en een praatje, hij zal het verschil in doelstelling van de copie van een postreclamebrief en van een brochure beseffen. Hij realiseert zich volkomen het verschil in het publiciteitskarakter van een docu mentaire-, een zuivere verkoops- en een naampubliciteitsfilm. Hij zal niet meer uit persoonlijke geaardheid be paalde reclame-uitingen aanhangen, maar de wetenschap bezitten, dat de markt uiteindelijk de uiting dic teert. En al deze dingen zijn geen strijdvragen! Over al deze onder werpen en over de noodzaak van de kennis van deze onderdeelen ver schilt geen reclame-practizijn met den ander van meening. Zij, die nog twijfelziek staan ten aanzien van de vruchtdragendheid van het reclame- onderwijs, dienen zich goed bewust te worden van de ontstellende on kunde van de menschen, die zich aangetrokken gevoelen tot het re clamevak, maar hoogstens een vluchtigen indruk hebben van dat gene, wat met een goede uitoefening der reclame samenhangt. De opleiding tot reclame-assistent. Het pleit zeer zeker voor de Ne- derlandsche reclame-wereld, dat bijna iedereen de komst van het officieele onderwijs in Nederland heeft toegejuicht. Het examen-insti tuut voor reclame-assistent, inge steld door het Genootschap voor Reclame, met medewerking van de verschillende organisaties, die bij een goede reclamebeoefening ten nauwste betrokken zijn, is het tast baar bewijs van de behoefte, die er aan dit onderwijs werd gevoeld. Hoezeer de noodzaak voor goed re clame-onderricht en goede vaklie den door de leiding-gevende figuren in den Nederlandschen handel en industrie werd gevoeld, moge blijken uit de samenstelling van het cura torium van het examen-instituut, dat gevormd wordt door: Dr. F. H. Fentener van Vlissingen, voorzitter Jaarbeurs en oud voorzitter Internationale Kamer van Koophandel, Dr. H. M. Hirschfeld, Directeur- Generaal van Handel en Nij verheid, J. C. L. v. d. Lande Sr., Noury v. d. Lande's Handelmij. N.V., E. J. Muller, Directeur van de Bataafsche Import Mij., Dr. A. F. Philips, President der N.V. Philips' Gloeilampenfa brieken. Het examen-instituut zal bestuurd worden door een Raad van Beheer, waarin zitting hebben vertegen woordigers van de navolgende ver- eenigingen en lichamen: 1. Genootschap voor Reclame. 2. Bond van Adverteerders. 3. Vereeniging van Toegepaste Reclame. 4. Vereeniging „Erkende Advcr- tentiebureaux" 5. Vereeniging „De Nederland- sche Dagbladpers" 6. Vereeniging „De Periodieke Pers". 7. Federatie van Werkgevers in het Boekdrukkers Bedrijf.

Revue der Reclame nl | 1938 | | page 5