subsidies worden niet ver strekt en zijn trouwens ook niet gevraagd; de algeheele kosten van de collectieve propaganda worden door de belanghebbenden gedragen. Wij wezen er boven reeds op, dat onder de reclame media ook de dagbladpers was opgenomen. Men heeft in de advertenties evenwel niet de minste poging gedaan het technische probleem, zij het dan ook in hoofdtrekken, aan te vatten. Daarvoor is het veel te omvangrijk. Men heeft enkel geprobeerd vol doende belangstelling bij de lezers te wekken om hen er toe te brengen de verschil lende drukwerkjes aan te vragen. Gedurende de eerste tien maanden werd door deze reclamepoging, die reeds door haar doordachten op zet vertrouwen afdwingt, een zoo groote belangstelling opgewekt, werden er zoo veel brieven ontvangen, zoo vaak nadere inlichtingen ge vraagd, dat het „Clay Pro ducts Technical Bureau" niet anders dan uiterst tevreden kon zijn en inmiddels reeds een nieuw plan heeft uitge werkt en gedeeltelijk prac tisch in toepassing gebracht voor het seizoen 1937 1938. MOET EEN RECLAME EXPERT EEN ..CELEERDE" ZIJN? RECLAME. DE WORTEL VAN ALLE KWAAD I Tweeërlei campagne. De propaganda is van tweeërlei aard. Men achtte het aan den eenen kant noodzakelijk het groote pu bliek te bereiken, althans degenen onder hen, die eigenaars van een of meerdere huizen zijn; aan den anderen kant wenschte men de beide producten ook onder de aandacht van bouwkundigen, aannemers enz. te brengen. Men had derhalve als het ware met twee verschillende campagnes te maken: een niet-tech- nische en een technische. Voor het rechtstreeks en indivi dueel bewerken van de personen, die daarvoor in elk van de beide groepen in aanmerking kwamen, was een groote hoeveelheid prima drukwerk vervaardigd folders, prospectussen, enz., die over het geheele land werden verspreid. Naar de menschen uit de bouwindustrie: de architecten, ingenieurs, aanne mers, enz. gingen technische folders, brochures met technische gegevens. Verder werd deze groep nog be werkt door annonces in de tech nische periodieken. De algemeene propaganda was voornamelijk gericht tot de men schen, die in staat zijn huizen te koopen, of er een te laten bouwen. Voor deze groep werden de natio nale dagbladen als media gebezigd en de periodieken, die zich op een voor leeken bevattelijke manier wij den aan architectuur en tuin-archi- tectuur. De richtlijnen. Voor het bewerken van wat we maar zullen noemen de tech nische groep, hield men de vol gende hoofdpunten in het oog; dueel slecht resultaat verkrijgt, maar ook het betreffende bouwmateriaal in het algemeen in discrediet brengt. c) Dat men zich op de hoogte dient te houden van de wijzigingen in de werkmethoden, zoowel als van de eventueele nieuwe hulpmateria len. d) Dat het toepassen van nieu we werkmethoden bij baksteen- en dakpanconstructies dient te worden aangemoedigd teneinde de toepas singsmogelijkheden van baksteen uit te breiden. Aan de te bewerken personen onder de niet-technische groep wer den drukwerken gezonden, waarin met zoo weinig mogelijk technischen omhaal werd getracht de belangstel ling te wekken voor de kwaliteit van de bij den bouw van particu liere huizen gebruikte baksteen en dakpannen. De literatuur, bestemd voor den architect, aannemer, bouwkundig opzichter, enz., was zeer geva rieerd, practisch en volkomen infor matief. In een serie van zes tech nische brochures (sommige van 12, andere weer van 8 of van vier pa gina's) werd het probleem van het gebruik van baksteen als bouwma teriaal grondig behandeld. In een „Resumé van baksteen" werd voor de eerste maal een po ging gedaan om tot een algemeen gangbare benaming te komen. Deze benaming zou moeten worden ge baseerd op: 1de plaats van herkomst (zooals Leicester rood, Luton grijs, Staffordshire blauw). 2) de gebruikte grondstof (mergel, klei, enz.). 3) methode van fabricage (handvorm,geperst,gekamd,enz.) 4) de uiteindelijke bestemming (schoonwerk enz. gepleisterd of beraspt) 5) de kleur, die vaak als we boven hebben gezien in lL" a) Het bijbrengen van een dui delijk begrip van de karakteristieke eigenschappen van het materiaal en de bijzondere verdiensten van de bouwvormen, die met het gebruik van dit materiaal samenhangen. b) Er werd op gewezen, dat men vooral goed moet onderschei den tusschen een goed en een slecht gebruik van baksteen en dat men moet bedenken, dat men door ge bruik van baksteen en dakpannen bij constructies, die zich daar niet toe leenen, niet alleen een indivi- verband met de plaats van her komst wordt genoemd. 6) de gesteldheid van het op pervlak (bezande of geglazuur de steen, enz.). Het boekje is verlucht met 21 foto's van 21 soorten baksteen, die voor iederen gebruiker van baksteen van zeer veel nut kunnen zijn. Het tweede boekje, getiteld „Gewapend Metselwerk", houdt zich bezig met het hernieuwd gebruik van bak steen in Europa, Engelsch-Indië, Japan en de Vereenigde Staten. De overige brochures handelen over: Verweering en verkleuring van metselwerk; de oorzaak; hoe het euvel is te voorkomen en op welke wijze het eenmaal ontstane euvel moet worden behandeld. Moderne absorptieproeven voor metselwerk. De samenstelling van mortel en de invloed daarvan op de drukvast- heid van metselwerk. Verder is er nog een groot aan tal z.g. „Information Sheets", waar in gepoogd wordt speciale baksteen- en dakpanproblemen op te lossen, zooals bijvoorbeeld de Engelsche standaardmaten (er zijn er negen), de kosten van verschillende bouw typen per kubieke eenheid, enz. Een vijftal circulaires handelt over a) Platte daken en uitsparin gen. b) Ondersteuningen van uitspa ringen. c) Lateien en strekken (bak steen) d) Lateien en strekken (dak pannen en beton). Bij al dit drukwerk, dat meer of minder diep op technische proble men ingaat, is ook de huiseigenaar niet vergeten. Voor hem is een nut tig boekje uitgegeven, getiteld: „Huizen, een advies voor hen, die willen bouwen of koopen". Het gaat niet diep, dat boekje, maar tegen over de enkele alinea's, die voor de huiseigenaars of hen, die het hopen te worden, oud nieuws zijn, staan er honderden, waarvan de leek, die er aardig wat van af denkt te weten, niet het flauwste benul heeft. Sam Slick moppert in „Postage and Mailbag" gezellig over de men schen, die willen, dat een reclame man een soort van geleerde is. Dit schijnt in Amerika nog niet de ge woonte te zijn „En als het nou eens zoo was," zegt Sam, „als de reclameman nou eens verstand had van economie en van alle mogelijke wetten of van alle mogelijke sociale stroomingen, dan zou dien reclame man wel eens hetzelfde kunnen overkomen als dien duizendpoot. Die was zoo vol bewondering voor haar eigen anatomie, dat zij raised her mind to such a pitch, she lay distracted in a ditch considering how to run „J^ls reclame-menschen het advies om hun economische kennis te gaan verdiepen, ooit serieus mochten gaan opvolgen, is het bijna zeker, dat hun scheppend vermogen er door zal verlammen en zeer waar schijnlijk ook hun vaardigheid in het verkoopen. Reclame maken (en verkoopen) behoort uitsluitend tot het domein van de magische praktijk en een serieus wetenschappelijk onderzoek zou het geloof van den toovenaar in zijn eigen techniek ondermij nen Hier is een „oude rot" aan het woord, die een beetje aan het door drijven is. Maar misschien meent Sam Slick het niet zoo erg. Dat is nu zijn manier om er op te wijzen, dat de reclame niet alleen een weten schap, maar ook een kunst is en dat bij de kunst de intuïtie nu een maal een groote rol speelt. Er is in de Vereenigde Staten een groep menschen, die een bijzon deren hekel heeft aan alles wat reclame heet. Deze beweging staat in Amerika bekend als de „Con sumer Movement" en beschouwt reclame als de wortel van alle kwaad. Het is geen constructieve critiek, die wordt uitgeoefend en geen van deze fanatici is er tot nu toe dan ook in geslaagd om binnen de grenzen van het huidige produc tiestelsel een plan te ontwerpen, waardoor een gelijkmatige distribu tie van goederen plaats kan vin den tegen een lageren prijs voor de consumenten. De auteur, die in Advertiser's Weekly over deze „consumer mo vement" schrijft, wijst er op, dat men dit probleem, waarmee de Ver eenigde Staten en Canada op het oogenblik worstelen, als een waar schuwing moet opvatten. Tot nog toe is het aantal antagonisten tegen de reclame in Engeland nog maar gering, aldus de schrijver van het artikel, „maar vroeger of later zul len wij een intensieve campagne hebben te voeren om het publiek wat de reclame betreft, met den neus op de feiten te drukken. En daar voorkomen beter is dan ge nezen, zou een dergelijke campagne thans moeten worden voorbereid, opdat zij hoe eer hoe liever kan worden gelanceerd." I

Revue der Reclame nl | 1938 | | page 9