weekeditie TON 70 onderzoek gestart met 12500 vraaggesprekken 'MORGEN-BRENGEN IS MORGEN-BRENGEN' WAT DE REVUE PASSEERT Jhr. W. van Andringa de Kempenaer: IAA-Award toewijzing op de helling INGEKOMEN 2 6 lis. m woensdag 25 februari 1970 Methode verfijnd t.o.v. 1967 Nieuwe leden van Genootschap bakker zaandijk Citaat van de week Onderhandeling Univas-Holdert Mutaties bureaus en bedrijven NV Marketwinning nu erkend Reorganiserende BvA ontslaat adj. directeur F. J. Wijkhuizen E 33 expres ACHTSTE JAARGANG No. 8 Het T ijdschriften lezerskring Onder zoek 1970, dat in het komende najaar zal verschijnen, hevindt zich thans in de uitvoeringsfase. Op 23 februari is de enquête het veld ingegaan. In to taal worden 12.500 vraaggesprekken gevoerd met personen, in rond 10.000 huishoudingen. De steekproef is een random steekproef met clusters in de grote gemeenten en ongeclustered in de niet-self-selective gemeenten. De vraaggesprekken worden uitsluitend mondeling gevoerd, waarbij zo nodig door driemaal herhaald bezoek aan dezelfde persoon, de nonresponse tot een minimum beperkt wordt en een optimale representativiteit van de steekproef wordt bereikt. Over de steekproef-opzet wordt ge rapporteerd door het Mathematisch Centrum. Dit rapport zal naast een volledige steekproef-verantwoording gepubliceerd worden. Het veldwerk wordt uitgevoerd door Attwood Statistics (Nederland) NV en de NV v/h Nederlandse Stichting voor Statistiek. De coördinatie van het on derzoek is in handen van NOVUM NV. Een Technische Adviescommissie beoordeelde het onderzoek-ontwerp. De vraagstelling is identiek aan die van het TON-onderzoek 1967. De trechtermethode is gehandhaafd en uitvoerig vooronderzoek naar de mo gelijkheid en doelmatigheid van ver anderingen in deze methode wees uit dat de in 1967 toegepaste vraagstel- L. van Roemburg, Maarssen, voorge dragen secr. q.q. P. M. W. van Oppenraay, Haarlem, voorgedragen secr. q.q. Tj. Bosklopper, Lisse, voorgedragen secr. q.q. E. J. Kruijff, Den Haag, voorgedragen secr. q.q. H. Neeter, Amsterdam, voorgedragen secr. q.q. R. Koerselman, Amsterdam, voorge dragen secr. q.q. L. van Stralen, Slikkerveer, voorge dragen secr. q.q. N. Ph. M. Slinger, Aerdenhout, voor gedragen secr. q.q. J. Th. Meijer, Amsterdam, voorge dragen secr. q.q. H. Loeber, Amsterdam, voorgedragen secr. q.q. Jaap Bakker, Ulestraten (L), voorge dragen Pierre Bogaers. Eventuele bezwaren tegen de hier boven voorgestelde kandidaat-leden kunnen, mits binnen 14 dagen, wor den ingediend bij het secretariaat van het Genootschap voor Reclame. N.Z. Voorburgwal 288 te Amsterdam. zegt Bakker-Zaandijk (u weet wel: de kleurendrukker). Als we iemand dan-en-dan zijn materiaal hebben toegezegd dan is het er en daarmee uit. Afspraak is afspraak. Daarvoor zorgt ons 2-ploegensysteem. Ook op dat punt herkent men de vakman... zegt Bakker Zaandijk Tel. 02980-84251 ling in alle opzichten voldeed. Maken we een vergelijking met TON '67 dan zien we het volgende. B'70 wordt voor alle media, dus-^pri, voor dagbladen en STER- kijken de 12-puntsfrequentieschaal toegepast. Terwijl in 1967 bereiksgegevens wer den geteld uit de afzonderlijke vra gen van de vragentrechter, wordt in 1970 een verfijnder methode toege past. Voor elke lezer wordt per me dium de leeswaarschijnlijkheid be paald uit de 12-puntsfrequentieschaal en uit de vraag naar het lezen in de afgelopen verschijningsperiode. Door optelling van deze individuele lees- waarschijnlijkheden wordt het bereik verkregen. Gepubliceerd zullen wor den: het bereik van 1 nummer (be reik per gemiddeld nummer); het ge cumuleerde bereik van 2, 3, 6, 9, en 12 nummers; het bereik van oo num mers (totaal bereik). Daarnaast wordt het aantal lezers gepubliceerd voor de volgende groe pen: leeswaarschijnlijkheid van 0,75 of hoger; leeswaarschijnlijkheid van 0,500,74; leeswaarschijnlijkheid van 0,250,49; leeswaarschijnlijkheid kleiner dan 0,25. Ook zien we dat de verbale leesinten- siteits-schaal ongewijzigd wordt ge handhaafd. Met behulp van later on derzoek kan deze schaal dan worden gecalibreerd. In 1967 werd nog het in huis komen van bladen bij gezinnen gemeten. Daar lees- en koopgedrag gebonden zijn aan personen wordt nu de kern van de publikatie gevormd door ge gevens over het lezen door mannen, vrouwen, gezinshoofden en huis vrouwen. Door toekenning van huis- houdingsgegevens aan de huisvrou wen en gezinshoofden is het nu voor het eerst mogelijk de relatie met de huishouding vast te stellen. De sa menstelling van de lezerskring van bladen kan uit de bereiksgegevens worden berekend. De demografische criteria voor het onderzoek 1967 zijn op enkele pun ten aangepast. De leeftijdsgroepen worden iets anders ingedeeld en meer aangepast aan de sociale struc tuur. De groepen worden: 13 tot en met 18 jaar. 19 tot en met 24 jaar, 25 tot en met 34 jaar, 35 tot en met 49 jaar, 50 tot en met 64 jaar, 65 jaar en ouder. De socio-economische klassering vol- 'Vroeger ging iemand die mis lukte bij de politie of in de journalistiek; tegenwoordig wordt hij public relations offi cer of reclameman.' Uit: De Telegraaf van 6 febr. 1970. Ter voorkoming van misverstanden betreffende zakelijke verbintenissen tussen Univas en Holdert 'zie ons bericht in Revue der Reclame-Expres van 18 februari, pagina E 29) stelt Holdert-directeur H. J. Voorwinde prijs op de publicatie van de volgen de verklaring: 'Al geruime tijd zijn er gesprekken gaande tussen Univas en Holdert. Hoe die onderhandelingen zullen af lopen is nu nog niet te voorspellen. Wel is waar dat Holdert op verzoek van Univas een aantal accounts be handelt. Holdert heeft trouwens ook voor de buitenlandse behandeling van enige accounts een beroep op de BNU-groep gedaan. Er is echter geen sprake van dat Holdert onder deel van enige internationale groep zou zijn'. gens het Attwood-systeem blijft ge handhaafd. De beroepsindeling wordt in het basismateriaal verfijnd. De resultaten van het onderzoek zul len worden gepubliceerd in het TON-handboek 1970, de TON-be- reiksgegevens 1970, de TON-doublu- regegevens 1970 en de TON-produk- tengegevens 1970. Magneetband tegen kostprijs De gegevens, zowel van het leespa troon als van het produktgebruik zullen worden gepubliceerd voor alle in het onderzoek betrokken media, per titel en per bladengroep, onder verdeeld in: maandbladen, hobby bladen, mode- en handwerkbladen, vrouwenweekbladen, illustraties, opi niebladen, radio- en t.v.-programma- bladen, landelijke dagbladen, STER- kijkpatroon. Publikatie geschiedt daar waar de steekproefgrootte statistisch verant woorde gegevens mogelijk maakt. Ten behoeve van de gebruikers van media-selectieprogramma's wordt een magneetband met codeboek tegen kostprijs ter beschikking gesteld. Aan hen, die niet over media-selectiepro- gramma's beschikken - of anderszins uitdraaiingen van niet gepubliceerde gegevens wensen - levert het TON- bureau deze gegevens tegen kostprijs. De heer M. P. F. Dielemans beëin digt op 1 maart zijn dienstverband bij het Concert- en Congrescentrum De Doelen in Rotterdam. De heer Dielemans die werkzaam was als hoofd publiciteit van de Doelen is benoemd tot adjunct-directeur van het recreatiecentrum 'De Beyaerd' in Hulshorst. De heer G. Pol is benoemd tot hoofdvertegenwoordiger bij de erven J. J. Tijl. De heer Dick de Vries heeft zich zelfstandig gevestigd als verpakking en displayontwerper. Zijn adres is Burgemeester van Duyvendijklaan 225, Leidschendam. Telefoon (01761) 71 16. De heren G. Schwandt en M. de Wit zijn per 4 februari in dienst getreden van de TAG, Technical Advertising Group van Intermarco delaMar als assistent ae. De heer D. Nab is op 2 februari in dienst getreden van bureau PGB in Enschede, als art-director. Hij was voordien werkzaam als ontwerper bij NPO. De heer A. Keereweer is benoemd tot reclamechef bij de NV Centrale A&O Nederland. Tevens werden bij deze organisatie de verkoopbevorde ring en reclame uitgebreid tot twee afzonderlijke afdelingen. De heer J. van Male, voorheen werk zaam als traffic manager bij Stad- Steens-De Gruijter NV, heeft onder de naam Advéma in Amstelveen een Adviesverkoopbemiddelingsbureau op gericht. De heer J. G. Schmidt is op 16 fe bruari in dienst getreden van Ten Hagen-Combigraph ,als hoofd redac tiebureau en afdeling public rela tions. Hij was werkzaam bij de Stichting Raad van Bestuur Bouw bedrijf als hoofd van de afdeling pers en public relations. Met terugwerkende kracht tot 1 ja nuari 1970 werd op 19 februari aan NV Marketwinning Reclame-Advies bureau de officiële bureauerkenning verleend. Aan de eens in de twee jaar uit te reiken Golden Tulip - in 1957 tijdens het in Schcveningen gehouden tweede International Advertising Association Congres door het Genootschap voor Reclame ter beschikking gesteld aan een in Europa gevestigde adverteerder voor een opvallende prestatie op re- clamegebied in een ander Europees land dan het zijne - liggen duidelijke kriteria ten grondslag. Het is merk waardig dat aan de verkiezing van de 'Advertising man of the Year' door de IAA geen enkele voorwaarde is verbonden. 'De benoeming is tot nog toe een zuiver Amerikaanse aangelegenheid.' Deze woorden van jhr. W. van An dringa de Kempenaer, gesproken tij dens de lunch van TAA-leden vorige week maandag in het Esso-hotel te Amsterdam, waren uitgangspunt voor een discussie de procedure voor de toekenning van deze jaarlijkse IAA- Award een meer gefundeerde grond slag te geven. Tot nog toe was de werkwijze dat een internationale commissie een voordracht van enkele (reclame-)per- soonlijkheden, veelal bestaande uit internationale adverteerders, samen stelde en deze lijst voorlegde aan de IAA-Board, die uiteindelijk de keuze van de Adman of the Year bepaalde. Het is voorgekomen dat de Board iemand koos die niet op deze voor dracht stond. Daarnaast werd diverse malen zelfs een commissielid be noemd tot Adman. De heer De Kem penaer heeft beslist geen kritiek op de eerder gekozen personen, daar elke beslissing op dit gebied arbitrair is. Wel zal de procedure op de helling moeten komen, wil deze ludieke ge beurtenis niet aan waarde inboeten. Met algemene stemmen is op de on langs gehouden European JAA-ver- gadering besloten een nieuwe opzet te maken, waarbij aan ons land werd verzocht met een uitgewerkt voorstel te komen op de in september te hou den bijeenkomst te Kopenhagen. Uit de discussie onder leiding van drs. L. de Vries kwam duidelijk naar voren dat het onmogelijk en ook on wenselijk is te streven naar een ge perfectioneerde keuze, daar bij dit soort zaken steeds een min of meer subjectief element aanwezig blijft. Belangrijk is echter dat de bestaande uitwassen tenminste tot een minimum worden gereduceerd. De gedachten van de Nederlandse IAA-leden gaan uit naar het systeem dat elk chapter een Adman uit eigen land of het bui tenland aan de IAA-Board voor draagt. Deze keuze zal vergezeld gaan van een schriftelijke argumen tatie. Uit de ontvangen voordrachten zal de Board de Advertising man of the Year kiezen. Tevens zullen de reiskosten van de gekozene worden gefinancierd door de chapters die een voorstel hebben ingediend. Dit in tegenstelling tot de bestaande rege ling, die er vanuit gaat dat deze kosten worden betaald door de be trokkene zelf. Mocht hij hiertoe ech ter niet bereid of in staat zijn, dan wordt - volgens de huidige bepalin gen - een ander Adman. Een defini tief voorstel zal door lAA-Holland worden uitgewerkt. Dupe van reorganisatie plannen binnen de Nederlandse reclamewereld De heer F. J. Wijkhuizen - adjunct- directeur van de Bond van Adverteer ders - is door het bestuur van de Bond ontslag aangezegd. Uiterlijk per 1 ja nuari 1971 zal hij de organisatie die nen te verlaten. De heer Wijkhuizen oriënteert zich al geruime tijd op een nieuwe functie in de reclame, in het bedrijfsleven of bij een organisa tie. Hij ambieert een overgang op korte termijn, doch ervaart dat zijn leeftijd (42 jaar) een belemmering vormt in sollicitatiegesprekken. Ge vraagd naar de reden van dit plotse linge ontslag moest de heer Wijkhui zen, om te respecteren redenen het antwoord schuldig blijven. Wel wilde hij kwijt dat het een gevolg is van reorganisatieplannen binnen de Bond. Reorganisatieplannen die inkrimping van het personeelsbestand van het bu reau met zich mee zouden brengen. De voorzitter van de Bond van Ad verteerders mr. H. de Roos was evenmin bereid commentaar te geven op het ontslag van de heer Wijkhui zen. Men hoeft o.i. echter niet te diep in het koffiedik te kijken om te constateren dat het ontslag van de adjunct-directeur en de reorganisatie plannen van de Bond van Adverteer ders te maken hebben met het on langs gepresenteerde reorganisatie voorstel van de Nederlandse reclame. De affaire zou er op kunnen duiden dat de BvA voornemens is als voor naamste financiële participant deel te nemen aan de voorgestelde Neder landse Reklame Stichting. Hetgeen de kansen op verwezenlijking van de NRS uiteraard sterk vergroot. Sinds 1955 bij de Bond De heer Wijkhuizen kwam na zijn studie Sociografie en na een studie aan de Faculteit der Politieke en So ciale Wetenschappen te Amsterdam in 1955 als directie-assistent bij de BvA. Hij behoorde in die tijd tot de eerste groep SRO-cursisten. In 1964, toen BvA-directeur F. Joustra werd opgevolgd door mr. M. A. Wille, werd de heer Wijkhuizen tot adjunct directeur benoemd. Dat zijn ontslag op de meest eervolle wijze is ver leend is ondermeer te danken aan de talrijke en succesvolle werkzaamhe den die hij in de loop der jaren ver richtte. Vanaf het begin maakte hij bijvoorbeeld de ontwikkeling van het media-onderzoek mee. Sedert 1957 begeleidde hij de plannen van de Bond om tot een nationaal adverten tie-media-onderzoek te komen, het geen resulteerde in het NAMO-rap- port uit de jaren 1961-'62. Hij verte genwoordigde de BvA tevens bij de NIVE/BvA Studiegroep 'Reclame Research' en voerde het secretariaat van de commissie tv-reclame (van REM tot STER), de commissie Vak bladreclame en de commissies Buiten reclame, Huis-aan-huisreclame en Bioscoopreclame. Tevens heeft de heer Wijkhuizen medegewerkt aan de publikatie van een aantal aandachttrekkende docu mentaries. Genoemd kunnen onder andere worden het periodiek ver schijnende Tijdschriften Overzicht met uitgebreide gegevens over vak bladen, en de jubileumpublikatie BvA-Compendium Mediaonderzoek welke tot stand kwam in samenwer king met drs. F. Candel en drs. W. de Jonge.

Revue der Reclame Expres nl | 1970 | | page 1