I J Vrijman's film was het enige discussiestuk ONTVANGEN 7 OKI 1570 P-'i revue der reclame achtste jaargang - nr. 39 - woensdag 7 oktober 1970 - weekeditie citaat van de week Als wij ons nu, bijna een week na de manifestatie in de RAI, afvra gen of het reclamecongres aan de hooggestemde verwachtingen heeft voldaan, moeten wij het antwoord schuldig blijven. En als er één congresganger is die dat antwoord wel heeft, mag hij zijn vinger opsteken. Wij durven er een jaarabonnement van 'Revue der Reclame' onder te verwedden dat geen enkele weldenkende re clameman één sluitende, onaan vechtbare conclusie over dit con gres zal kunnen geven. E 169 I 'Zelfkritiek openbaart zich altijd in bedrijfstakken waar het slecht gaat. Bij mijn weten zijn wij de enige branche die zichzelf onder de loep neemt terwijl het goed gaat.' Uit Karei Sartory's Congresvoorwoord. ELK VAK KRIJGT HET CONGRES DAT HET VERDIENT Eén ding staat vast. Dit 30e reclamecongres was beter dan het vorige. Dat kan echter nauwelijks een maatstaf zijn. Want het recente con gres in de RAI was in geen enkel opzicht te vergelijken met dat in het congresgebouw te Den Haag. Alleen de mensen zijn gelijk ge bleven. En juist de mens - de reclameman - en vrouw, de adverteer der, mediaman, uitgever, ontwerper en drukker - was meer dan ooit de factor waarvan het welslagen van dit congres afhankelijk was. De afgelopen maand is bij voortduring de intentie van dit 30e recla mecongres onder de aandacht gebracht; het zou een 'werk'congres moeten worden, een 'studie'congres, een 'confrontatie' met reclame makers, adverteerders en reclame-uitingen, er zou onderzocht wor den 'waar de schoen wringt', het zou kritisch zijn en tot 'bezinning' moeten leiden. VVèl een aantal conclusies. Die alle kunnen worden aangevochten. Want nooit waren de meningen zo verdeeld als nu. Nooit ook werd in de wandel gangen zo heftig en emotioneel over het vak gediscussieerd. Misschien is dat een van de meest waardevolle aspecten geweest van dit reclamecongres. Dat niet alles als zoete koek is geslikt. Dat men zich soms rót heeft geërgerd en zich even later intens kon verheugen. Dat een aantal congressisten zich werkelijk heeft ingespannen zich te bezinnen op de problemen van het reclame vak. Een congres, élk congres kan alleen voor de goedwillenden waar devol zijn. Blijft de vraag hoeveel goedwillenden er 's middags en 's avonds in de con greszaal aanwezig waren. Tijdens het avondprogramma meer dan overdag, menen wij. Het toont o.i. aan dat de jongeren die voor het merendeel over een avondkaart beschikten, meer dan de oudere reclamemensen (die het dagprogramma volgden) hereid zijn de 'heilige reclamekoeien' bij de ho rens te vatten en haar desnoods de nek om te draaien. Dat lag trouwens voor de hand. De jeugd is kritischer en kan kritischer zijn dan de vijftig plusser. Men treft deze menta liteit in alle maatschappelijke secto ren aan. Maar de reclameman is niet kritischer dan willekeurig welke vakman ook. Hij weet het misschien alleen beter te verbergen. Wellicht is dat de tweede conclusie na dit congres. Om de hete brei vaak voortreffelijk door de panels op het podium opgediend werd vakkundig heengedraaid. Van enige oppositie vanuit de zaal was nauwelijks iets te bespeuren. Jawel, er kwamen vragen. Vinnige vragen soms. Maar ook zeldzaam onbenul lige. Vragen ook die nauwelijks iets Voor verdere congresindrukken leze men ook pag. E 175, E 178. met het gestelde probleem te maken hadden en soms verdacht veel op free publicity leken. Terecht weerde panel voorzitter P. A. E. Hollander deze 'commercials' uit de discussie. Gesteld kan worden dat de ter zake kundige panelleden de opposanten in de zaal op punten hebben verslagen. Misschien omdat de specifieke kennis van het onderwerp op het podium groter was dan in de zaal. Misschien ook omdat niet alle congresgangers de pré-adviezen hadden bestudeerd. Mogelijk stond ook de beperkte tijd het debat met de zaal in de weg. Het waren bovendien vaak de zelfde vra genstellers die de loopmicrofoon grepen en door hun breedsprakig heid anderen niet de gelegenheid ga ven hun vragen op de panelleden af te vuren. Concluderend kan worden gezegd dat de vier hoofdonderwer pen die toch alle de kern van het vak raakten nauwelijks de verwachte am biance konden opwekken. Dat geldt zeker voor het onderwerp 'research' dat qua presentatie en discussie het absolute dieptepunt naderde en in geringe mate het laatste onderwerp 'communicatie bureau-adverteerder' waarbij de vlam even in de pan sloeg. Lont aan het kruit Het was Marten Faber die de lont aan het kruit bracht. In zijn eerlijke verontwaardiging over de quasi-we- tenschappelijke 'bla-bla' ontpopte hij zich getuige het ovationele applaus als de tolk van de zwijgende meer derheid, die het kennelijk toch niet allemaal pruimde. En is dat eigenlijk niet een teleurstellende conclusie die men na dit congres moet trekken? Dat ruim 900 vakmensen bijna een hele dag een congres kunnen bijwo nen, zonder dat zij zich bij de onder werpen betrokken voelen. Dat zij pas de handen op elkaar brengen als aan het eind van de dag één man met de beide benen op de grond gaat staan en vanachter de microfoon alle aan wezigen oproept dat ook te doen. Wij menen dat dit congres niet in de con greszaal is gemaakt. Wat niet wil zeggen dat de behandelde onderwer pen inhoudelijk en qua presentatie beneden de maat bleven. Want dat was beslist niet het geval. Het congres werd gemaakt in de wandelgangen. Daar vormden zich discussiegroepjes, daar werd gedebatteerd over het re clamevak, daar werd het bewijs gele verd dat reclame mensenwerk is. 'Identity' Elk vak krijgt het congres dat het verdient. En als men teleurgesteld de RAI heeft verlaten, is het goed zich dat wel te realiseren. Qua opzet was dit inderdaad een kritisch con gres. De stuurgroep heeft een pro gramma gemaakt dat in principe klonk als een klok. Het zou geen mooi congres worden, maar een con gres dat tot nadenken moest aanzet- De foto's: Paneldiscussie. Dolle Mina's met spuitbus. Felicitas-hostess met 'Congres-Expres'. De meest be sproken mensen van het congres: Emiel van Konijnenburg (links) en Jan Vrijman. ten. Slechts weinigen werden hiertoe gestimuleerd door de confrontatie- exhibits, die in dit opzicht dus niet volledig aan hun doel hebben beant woord. De film van Jan Vrijman kon dat wel. Zijn 'Identity' van de reclame man heeft de tongen los gemaakt. En de meningen verdeeld. In de wandel gangen stonden de partijen lijnrecht tegenover elkaar. Niet over de kwa liteit van de film, die algemeen werd geprezen. Wel over het portret dat Vrijman van de reclameman schil derde. Daarbij dient men te bedenken dat Jan Vrijman een persoonlijke visie heeft gegeven. Een visie die niet vleiend is voor de reclamemensen. De bureaudirecteur die ten tonele werd gevoerd zal misschien wel bestaan in Nederland. De man is dan wel te beklagen. Maar hij is niet dé Neder landse reclameman. Godzijdank. En als Prad-directeur Janssen beweert dat iedereen die zich aan deze film ergert een hypocriet is, heeft hij ongelijk. En als Marten Faber zegt dat allen die deze film toejuichen masochisten zijn, heeft hij het ook niet bij het rechte eind. En de bureaudirecteur die ons ver telde dat deze film hem de ogen heeft geopend, lijkt verdacht veel op de mensen die beweerden dat de sexuele voorlichtingsfilm van Oswalt Kolle hun huwelijk heeft gered. Men kan, menen wij. niet uitsluitend pro of contra de film zijn. Hoogstens kan men betreuren dat Jan Vrijman het zich bij het maken van deze film niet moeilijk heeft gemaakt. Schrij vers, filmmakers en journalisten we ten dat een negatieve voorstelling van zaken de eenvoudigste wijze van pro bleemstelling is. Met de meeste kans op direct succes. Vrijman had succes. Zijn kritiek was de oorzaak van een zekere levendigheid, waardoor dit 30e reclamecongres toch niet gauw verge ten zal worden. En dat kan niet van alle voorgaande congressen worden gezegd. J. Deltenre

Revue der Reclame Expres nl | 1970 | | page 1