J Twee nieuwe ADCN- beurzen TON en CEBUCO in stichting Frappante feiten over tv-reclame Nationaal Onderzoek Persmedia ONTVANGEN 1 5 OK11970 citaat van de week Waarde cijfers betrekkelijk revue der reclame achtste jaargang - nr. 40 - woensdag 14 oktober 1970 - weekeditie Wachtlijst voorIdentity Volgende week in Expres: FHV/BBDO heeft in navolging van Intermarco delaMar (zie ook RdR nr. 15/16) door Intomart een analyse laten verrichten over het cumulatief netto bereik en de contactfrequentie van tv-com- inercials. Deze analyse is representatief voor een heel jaar STER-recla- me omdat het zich uitstrekt tot 40 uitgezonden reclameblokken, terwijl die van Intermarco zich beperkte tot tien blokken. KOAGG: geen publieksreclame voor bloeddrukmeter De uitgevers, verzameld in het Tijdschriften Onderzoek (TON) en het Centraal Bureau voor Courantenpubliciteit (Cebuco) zijn dins dag 6 oktober in het Esso Motor Hotel te Amsterdam tot overeen stemming gekomen om gezamenlijk een stichting op te richten die tot taak krijgt een onderzoek uit te voeren naar het lees-, kijk- en luistergedrag, de koopgewoonten en het produkt- en merkgebruik van de Nederlandse consument. In Revue der Reclame-Expres van 12 augustus werd de mogelijke oprichting van deze stichting reeds aangekondigd. Het gezamenlijke onderzoek waarvoor het Makrotest-Cebuco onder zoekplan als uitgangspunt heeft gediend zal de naam Nationaal On derzoek Persmedia krijgen. De directie van de stichting komt in han den van de heren W. Altink (directeur Cebuco) en J. Bosman (hoofd afdeling research van NOVUM NV). TABEL 1Reclameuitgaven in Nederland, 1959 - 1968, min, gld, lopende prij zen - E 179 Er moet ergens een eiland zijn waar alleen maar olifanten, copywriters en art-directors leven. Ik zie het voor me. Een klein eiland met oude oli fanten, uitgebluste copywriters en art directors. Uit: 'From those wonderful folks who gave you Pearl Harbor' van Jerry Delia Femina. Reclame-uitgaven in 1968:1,2 miljard Volgens het Research memorandum no. 12 van het Economisch Instituut Tilburg afdeling reclame-onderzoek zouden de totale reclame-uitgaven in ons land in 1967 en in 1968 een bedrag hebben gevraagd van respectievelijk circa 1,1 miljard gulden en 1,2 miljard gulden. In de hierbij afgedrukte tabel zijn de uitgaven vermeld over de periode 1959-1968 verdeeld naar media. Drs. J. J. M. de Blok, auteur van het memorandum, tekent hierbij nadrukkelijk aan dat de betrouwbaarheid van de vermelde cijfers aan twijfel onderhevig is. Be trouwbaar kunnen worden beschouwd de gegevens over de dagbladpers, de publiekstijdschriften, de lichtreclame, de bioscoopreclame voor wat betreft de vertoningskosten en de zendtijdkosten van radio en televisie. Van de overige gegevens zijn onderdelen wel betrouwbaar, de vermelde bedragen echter niet. Voor de groep vakbladen zijn de cij fers slechts bekend tot 1964. Gezien het grote bedrag dat in deze sector omgaat, is op basis van 1959/1964 een regressielijn berekend en zijn voor 1965/1968 de bedragen inge vuld, die zijn verkregen door extra polatie van deze regressielijn. Een zelfde werkwijze is gevolgd met betrekking tot de huis-aan-huis-blad- pers voor de jaren 1959, 1967 en 1968. Voor de radioreclame is in af wijking van eerder gepubliceerde cijfers de opgave van Radio Veronica gevolgd, waardoor de cijfers voor 1964/1966 aanmerkelijk lager liggen dan vroeger is vermeld. Auteur De Blok acht de zin en de inhoud van de nu gepubliceerde ge gevens zeer gering. Hoogstens kunnen deze worden gebruikt in redevoerin gen, waarin men de al of niet be langrijke plaats van de bedrijfstak reclame in Nederland kan weergeven aan de hand van het totale bedrag respectievelijk de nominale procentu ele stijging per jaar. Waarde krijgen de gegevens over de reclame-uitgaven pas als zij aansluiten bij andere gege vens, zowel intern als extern. Het Economisch Instituut Tilburg heeft tevens onderzocht of er een verband bestaat tussen de ontwikke ling van de reclame-uitgaven en de consumptieve bestedingen van 3ë gezinshuishoudingen, veronderstellend""" dat een toeneming in de reclame-uit- g~avën~Iëidt tot een toeneming in "de consumptieve bestedingen. Daartoe werderrde reclame-uitgaven eerst ge- defleerd met het prijsindexcijfer van de bruto-investeringen in de vaste activa voor bedrijven. Verder weiden de dan verkregen cijfers verminderd met die van de vakbladen en de huis- aan-huis-bladen, omdat in het alge meen de geschatte bedragen hiervoor aanzienlijk kunnen afwijken van de werkelijke ontwikkeling. Ook werd nagegaan of er mogelijk verband zou kunnen zijn tussen de reclame-uitga ven en de netto-investeringen in vaste activa van de bedrijven. De gebruikte methoden zijn in de desbetreffende artikelen deskundig beschreven. De conclusie is dat de consumptieve bestedingen van de gezinshuishoudin gen zich de afgelopen tien jaar ma cro-economisch gezien onafhankelijk van de reclame-uitgaven hebben ont wikkeld. Ook na invoering van andere verklarende variabelen blijkt er geen verband te zijn tussen de consump tieve bestedingen en de reclame-uit- igaven. Als verklaring hiervoor is verondersteld, dat het totale con sumptiepakket bestaat uit nieuwe en oude produkten, waarbij de eerste de reclameuitgaven voor hun rekening nemen, terwijl voor de tweede geen reclame meer gemaakt wordt, aange zien zij toch op de nominatie staan uit de markt te worden genomen. Daar deze twee invloeden elkaar gro tendeels nivelleren komt er geen ver band naar voren tussen de consump tieve bestedingen en de reclame-uitga- ven. Deze hypothese vond ondersteu ning in het verband dat er bleek te bestaan tussen de reclame-uitgaven en de netto-investeringen in vaste activa van de bedrijven, indien men van deze laatste aanneemt dat ze samenhangen met de mate waarin er nieuwe pro dukten op de markt verschijnen. Werkelijk zin krijgen de gegevens over de reclame-uitgaven pas als zij aansluiten bij andere gegevens, zowel intern als extern. In het Research memorandum verkrijgbaar bij het Economisch Instituut Tilburg, Hoge- sohoollaan 225, Tilburg, telefoon 04250-70960 - schrijft drs. De Block hierover tot slot het volgende: 'Met intern wordt bedoeld gegevens welke rechtstreeks op de reclame betrekking hebben. Naast de totalen per medium is het noodzakelijk ver gelijkbare gegevens te hebben betref fende het reclamebudget voor elk produkt waarvoor reclame gemaakt wordt, de investeringen voor dit pro dukt, de media waarin de reclame boodschappen geplaatst worden als mede het bereik ervan, gegevens over de bereikte en te bereiken personen, de omzet van het produkt, de plaats waar deze omzet gehaald is, en bo vendien gegevens vanuit de plaats waar de reclameboodschap haar con crete vorm gekregen heeft. Deze opsomming is niet geheel willekeurig. Onderzoek noodzakelijk Ze steunt on de overweging dat het voor een zichtbaar maken van het reclameproces en voor aansluiting bij sociologisch en psychologisch onderzoek noodzakelijk is, dat de kringloop gesloten is welke loopt van adverteerder via bureau en medium naar de koper en zo weer terug naar de adverteerder. Met nadruk zij erop gewezen, dat gegevens per produkt noodzakelijk zijn. Verzamelt men immers de gegevens per produktgroep of per bedrijfstak, dan gaat die be langrijke informatie verloren welke de beweging respectievelijk verschui ving daarbinnen aan het licht brengt en waardoor een eventuele effectme ting per definitie onmogelijk wordt. Extern dienen de verzamelde gegevens aan te sluiten en dit met name ook uit kostenoverwegingen bij reeds bestaande cijferverzamelingen. Hierbij valt te denken aan de gebieds indeling van het Cebuco, maar vooral aan het Centraal Bureau voor de Statistiek, waardoor plaatsing van de bedrijfstak reclame in nationaal ver band pas zinvol wordt.' De film over de reclameman 'Identity' heeft in reclamekrin gen zo'n grote belangstelling getrokken dat de producent Jan Vrijman (NV Cineproduk- tie) momenteel wordt over stelpt met aanvragen voor de vertoning van deze film. Op dit ogenblik is het hem echter om organisatorische redenen onmogelijk aan deze verzoeken te voldoen. Zodra dit wel het geval is, zullen wij daarvan in de 'Expres' mededeling doen. In 'Revue der Reclame-Expres' van volgende week besteden wij ruime aandacht aan deze analyse én aan de opzienbarende conclusies van FHW BBDO over het effect van intensieve tv-campagnes. Conclusies overigens die STER-directeur Smeekes 'subjec tief' noemt. Ook hij krijgt volgende week gelegen heid het STER-commentaar op de recente analyse te geven. Wij vestigen nu reeds de aandacht op deze publikatie omdat volgens eert mededeling van de heer Smeekes de STER-offertes op 19 oktober de reclamebureaus en adverteerders be reiken. Blijkens de 'condities televisie reclame 1971' heeft men dan nog maximaal twee weken de tijd de aangeboden zendtijden al dan niet te reserveren. Wij menen dat de nieuwe inzichten over het netto-bereik en de contact frequentie van tv-commercials aan leiding geven om deze offertes zeer kritisch te bekijken en daarom aan dacht te vragen voor de publikatie op 21 oktober. De ADCN heeft weer twee studiereis beurzen toegekend aan eindexami- nandi van de Nederlandse academies. Uit de kandidaten die door de aca demies werden afgevaardigd koos de jury bestaande uit Otto Treumann GVN, Dick Bruna ADCN/GVN, Anthon Beeke ADCN en Niek Hiem- stra ADCN/GVN tenslotte Marijke Nap van de Academie St. Joost te Breda en Rob Janssen van de Aca demie Enschede. Beiden ontvangen een beurs van 2500, gevormd door de heren drs. E. J. van Bentum, J. T. Gakeer, drs. J. D. Noordhoff en mr. G. J. van Roo- zendaal. Op zeer korte termijn zal dit bestuur een of meer onderzoek bureaus aanwijzen die dit multimedia- onderzoek gaan verrichten. Het on derzoek zal worden begeleid door een onafhankelijke commissie. Er zal tevens een stichtingsraad worden geformeerd waarvoor vertegenwoor digers uit verschillende geledingen zullen worden aangezocht. Het instituut Biocosmétique VéBé, Twikkelstraat 35, Breda, brengt een 'bloeddrukmeter' in de handel. De deskundigen in de Keuringsraad OAGG maken ernstig bezwaar tegen publieksreclame voor een 'bloeddruk meter'. 'Het door patiënten zélf ge bruiken van een 'bloeddrukmeter' zou zeer ongewenste psychische angsten bij hen kunnen oproepen, terwijl bo vendien de gevonden bloeddruk niet door leken kan worden geïnterpre teerd', aldus de Keuringsraad, die om deze reden geen toestemming kan geven tot het adverteren voor dit artikel. 1959 1960 1961 1962 1963 1964 1965 1966 1967 1968 PERSRECLAME dagbladen 148,0 174,0 192 0 205 ,9 221,1 251,2 288,1 322 ,0 319 ,5 364 ,0 nieuwsbladen 14,3 15,7 17,0 17,7 18,6 25,3 27,6 31,7 33,2 356 publiekstijdschriften 57,5 61,0 65,0 71,5 77,9 92,0 102,0 114,0 108,2 118,7 vakbladen 66,0 70,5 75,0 80 ,3 87,5 10 5,0 (114,0) (119,4) (126,5) (133,7) huis-aan-huis-bladen (13,0) 14,2 16 ,5 16,5 19,4 18,0 21,6 23,6) 25,6) 27,8) totaal 298,8 335 ,4 365,5 391,9 424 ,5 491,5 553,3 610,7 613,0 679 ,8 BUITEN- EN VER- vervoer 1) 2,1 2,3 2,6 2,8 2,9 3,0 3,1 3,1 3,1 3,7 VOERSRECLAME affichage en borden 2) 6,6 7,2 10,9 11,4 11,2 13,8 12,4 13,0 13,6 14,8 lichtreclame 2) 12,9 13,0 15,0 18,3 20,9 21,9 22,9 23,8 24,2 24,6 totaal 21,6 22 5 28,5 32 ,5 35,0 38,7 38,4 39,9 40,9 43,1 BIOSCOOPRECLAME productiekosten 1,7 1,8 2,0 2,4 2,6 2,1 1,8 0,6 0,6 0,6 vertoningskosten 4,8 5,3 5,6 5,7 6,0 5,7 5,1 5,1 4,6 4,1 totaal 6,5 7,1 7,6 8,1 8,6 7,8 6,9 5,7 5,2 4,6 RADIORECLAME productiekosten - 0,3 0,7 1,4 1,4 1,2 1,1 0,9 1,4 2,9 zendtijdkosten - 1,6 3,7 6,1 6,7 6,4 6,3 6,0 7,0 14,6 totaal - 1,9 4,4 7,5 8,1 7,6 7,4 6,9 8,4 17,5 TELEVISIERECLAME productiekosten - - - - - 2,1 zendtijdkosten - - - - 3,2 55,2 74,6 DIRECTE RECLAME 160, 0 179,1 212,5 207 ,1 201,6 238,0 285 ,9 336,3 378,6 413,4 TOTAAL RECLAMEUITGAVEN 487 ,6 546 ,0 618,5 647,1 677 ,8 786,4 891,6 1001,6 11013 1233,0

Revue der Reclame Expres nl | 1970 | | page 1