J 'Kort Geding' over reclame Daling reclame-uitgaven merkartikelen helft 1970 Prad 25 jaar Pil IR RJA-rapport over distributie van levensmiddelen Verschuiving pers- naar etherreclame RdR-Expres op vrijdag Consument ziet minder ads dan men denht Sportbedrijven onderwerp op GvR-lunch Nog geen accoord over PR-definitie revue der reclame achtste jaargang - nr. 48 - woensdag 9 december 1970 - weekeditie citaat van de week Het is niet sportief om van te voren al te vertellen hoe er op zondag avond 20 decmeber a.s. in het programma Kort Geding (NOS, Ned. II, 21 u. 35) over de stelling 'Reclame dient het belang van de pro ducent, en gaat daardoor vaak ten koste van de consument' door de jury zal worden geoordeeld. De redactie van 'Revue der Reclame' was bij de opnamen op 3 december aanwezig. Het enige wat we in dit stadium ervan willen zeggen is: 'gaat het zien, het is - zeker voor reclamemensen - de moeite waard'. Enkele indrukken, opgedaan voor en na de opnamen willen we u toch niet onthouden. Van Beusekom Anti-reclame door opponenten overschat In het programma 'Kort Geding' wordt een bepaalde stelling ge poneerd, waarbij de opsteller er van wordt aangevallen door een opponent, die geacht wordt tégen de betreffende stelling te zijn. Beide 'partijen' mogen elk drie getuigen dagvaarden, die zowel door pleiter als door opponent ondervraagd worden. Een jury, bestaande uit 21 Nederlanders, representatief voor de Neder landse bevolking (geselecteerd door Intomart) spreekt daarna het 'voor' of 'tegen' over de stel ling uit. NIMA-lunch Productmanager is een creatieve doordouwer Stichting Researchgroep voor warenhuizen Met ingang van januari 1971 zal de weekeditie 'Revue der Reclame-Ex pres' niet meer op woens dag doch op vrijdag ver schijnen. Het tijdschrift 'Revue der Reclame' blijft elke eerste en derde woens dag van de maand ver schijnen. Op deze wijze ho pen wij het onderscheidend karakter van beide bladen nog beter tot uitdrukking te brengen. Direktie en redaktie Revue der Reclame BBDO-onderzoek E 223 Normale huis-, tuin- en keuken-tv- programma's plegen smoezelig af te steken bij het puur geluk dat avond na avond heerst in de STER-minuten; ze hebben een grauwsluier. Uit: Het Parool van 16-11. TV discussie op hoog niveau De hierboven genoemde stelling is door anti-reclameman Gerard van Beusekom opgesteld. Zijn getuigen zijn drs. A. van der Meiden (wiens boek over reclame en ethiek pas is verschenen), ir. E. J. Tuininga en Y&R-directeur Cees van Staal. (Tui- niinga neemt via de monitor vanuit Genève aan het programma deel.) Tegen de stelling pleit mr. John Knecht, met als getuigen de heren drs. L. de Vries, drs. F. van Puffelen en drs. F. F. O. Holzhauer. De aan wezigheid van Van Staal in het kamp van Van Beusekom maakt het pro gramma interessanter. (Zie ook Ex pres van 2 december.) We vroegen aan redactrice Hedda van Gennep waarom nu juist de reclame voor deze aflevering werd gekozen. Met enige spijt vertelde ze, dat het aan- Recla-Janssens Advertising heeft een rapport doen verschijnen over 'De distributie van levensmiddelen in Ne derland'. In de inleiding van dit rap port zijn de structuurwijzigingen in de levensmiddelendetailhandel en een aantal factoren die aan deze veran deringen ten grondslag liggen beknopt behandeld. In de daaropvolgende hoofdstukken zijn statistische gege vens opgenomen over de ontwikke ling van het aantal verkoopplaatsen, de assortimentssamenstelling, index cijfers van geldomzetten en belang rijke organisaties in de branches krui denierswaren, melk en zuivel, vlees en vleeswaren, brood en banket, aard appelen, groenten en fruit, vis en vis- produkten, wild en gevogelte. Aan het rapport (123 pagina's), dat voor 49,50 besteld kan worden bij RJA, zullen wij in Revue der Reclame van 16 december ruime aandacht be steden. vankelijk in de bedoeling had gele gen om in de dagen vlak voor de Kerst een Kort Geding-uitzending te wijden aan een godsdienstig onder werp. Maar in die kring waren er noch pleiters noch opponenten voor welke stelling dan ook te vinden. Toen heeft men maar de reclame bij de kop gevat, een 'item' dat het in de consumptieve dagen vlak voor de Kerst waarschijnlijk ook wel zou doen. De redactie was vooral geïn spireerd geraakt door de artikelen over de reclame van drs. van der Meiden en drs. van Puffelen recente lijk in Intermediair. Gerard van Beusekom zei ons vóór de uitzending dat hij ue 'strijd' vol goede moed in zou gaan. 'Je moet je tegenstander met zijn eigen middelen bestrijden, en ik maak vaak gebruik van de prinoipes uit de reclameleer. Ijc heb er veel van geleerd.' Overigens richt de aversie van deze 'beroeps activist' zioh niet zozeer tegen de reclame als wel tegen de ongelijke machtsverdeling, die er volgens hem in deze maatschappij is. Een machts verdeling waarbij de macht ten aan zien van zowel de economie als de informatie teveel aan de kant der producenten zou liggen. Dat van Beusekom juist tegen de reclame aan schopt verklaart hij als volgt: 'Als je met een klein kogeltje door een dikke muur heen moet, dan begin je met eerst de losse stenen ervan weg te schieten.' De reclame zou dan die losse steen zijn. Een laatste opmerking van hem: 'De invloed van de anti-reclame wordt door haar tegenstanders vaak over schat.' Onze lezers mogen op 20 de cember zelf raden of hij dit in de zenuwachtige uren vóór de opname zei, of in de lange, minstens zo interessante discussie na de opnamen. Het Nederlands Genootschap voor Public Relations weet nog altijd niet welke nieuwe definitie voor pr de leden verkiezen. Tijdens de vergade ring die vorige maand werd gehouden konden de leden kiezen uit twee de finities: 'public relations is de werk zaamheid die tot doel heeft weder zijds begrip te bevorderen tussen or ganisaties en hun publiek' of 'public relations heeft tot doel wederzijds be grip te bevorderen tussen organisaties en hun publiek'. Nadat eerst duidelijk was vastgesteld dat het hier ging om een doel-definitie en niet om een iiiiiidti-Jefinitit. bleek bij sicmiuing onder de slechts dertig aanwezige NGPR-leden geen duidelijke voorkeur aanwezig voor een van de twee defini ties. Het bestuur zal zich nu verder be raden en in een volgende vergadering met een definitief voorstel komen. 'Een op de consument gericht beleid geeft de totale verantwoordelijkheid voor het produkt in één hand, die van de productmanager' meende de Marketing Manager Benelux van H. J. Heinz NV te Eist, de heer N. Sam son op de 1 december te Amsterdam gehouden NIMA-lunch-bijeenkomst. Deze meestal nog jonge staf-functio naris met lijn-karakteristieken moet verliefd zijn op zijn produkt doch moet toch niet produkt- maar markt gericht denken. Hij moet mensen in en buiten het bedrijf er toe weten te bewegen iets voor zijn produkt te doen. Jaarlijks dient hij een marke tingplan op te stellen en voortdurend de resultaten ervan te controleren. Zijn produkt is als een troika, de paarden ervoor heten produktie, mar keting en advertising. In dit verband pleitte de heer Samson voor direct contact tussen de product manager en de creatieve mensen van het re clamebureau. Verder dient een product manager het evenwicht te bewaren tussen marktpositie en groei, c.q. winst. Zijn taak is niet eenvoudig. Om die goed te kunnen vervullen moet hij: analy tisch denken, gezond verstand hebben, de juiste methoden kennen om bij anderen creativiteit te stimuleren, zich makkelijk in de gedachten van een buitenstaander kunnen verplaat sen en bovendien creatief, diploma tiek en vasthoudend zijn. Geen won der dat hij een 'zeldzame vogel' is, w;,„, vüv.geen specifieke opleiding bestaat. On-the-job-training is de enige manier, wél worden de eisen van vooropleiding steeds hoger. Helaas is de belangstelling van aca demisch gevormden voor dit beroep benauwend klein. Volgens metingen van het Bureau voor Budgetten-Controle zijn in het eerste halfjaar van 1970 de reclame bestedingen in pers, radio en televisie voor goederen en diensten onder merk of naam ten opzichte van de zelfde periode van het vorig jaar met 0,4% gedaald tot circa 218,5 miljoen gulden. Per mediatype zijn nogal wat verschillen te constateren. Er is we derom een tendens te bespeuren, dat de merkreclame meer gebruik maakt van de ether ten koste van de pers. Het aandeel van de verschillende me dia ligt als volgt: dagbladen 44.3% (vorig jaar 47,7%), familiebladen 2,6% (3,2%), damesbladen 14,4% (15,7%),radio-tv-bladen 7,8% (7,2%), overige tijdschriften 5,8% (5,3%), te levisie 22,7% (19,1%) en radio (alleen Ster) 2,4% (1,8%). Bij de dagbladen werd het grootste Er is een Stichting Researchgroep Middenstandswarenhuizen opgericht, die zich ten doel stelt: 'het bestude ren van de ontwikkelingsmogelijkhe den van middenstandswarenhuizen en andere vormen van ruimtelijke sa menwerking van zelfstandige onder nemers, alsmede het op basis van verworven inzicht stimuleren en waar nodig begeleiden van de uitvoering van voornoemde vormen van samen werking'. Gezocht wordt naar over leg en samenwerking met andere groepen uit de detailhandel. Het se cretariaat van de stichting is tijdelijk gevestigd Parkstraat 38, Utrecht. verschil geconstateerd in mei, terwijl alleen januari nog een positief resul taat te zien gaf. Het totaal voor het eerste halfjaar 1970 was 69,5 miljoen, een daling vergeleken met dezelfde periode in 1969 van 7,5%. De damesbladen brachten het tot twee positieve maanden, namelijk januari en februari, terwijl hier de maand maart het grootste negatieve verschil opleverde. Totaal eerste helft 1970 circa 20,8 miljoen, een daling van 8,9%. De familiebladen zagen met een be drag van 3,9 miljoen alleen maar negatieve verschillen 17, 3%). De radio-tvJbladen en de overige tijd schriften alsmede Ster-radio en -tele visie konden vooruitgang boeken. De respectieve bedragen voor de eerste zes maanden van 1970 waren 8,1 miljoen 8%), 112 miljoen 10,8%), 3,1 miljoen 35,3%) en 32,4 miljoen (-f 18,4%). Etherreclame: 54,9 miljoen De vergelijking van de mutaties in de investeringen in persreclame ten op zichte van die in etherreclame valt sterk ten gunste van laatstgenoemde uit: totaal pers in 1970 - eerste helft 163,5 miljoen (vorig jaar 173,5 mil joen); totaal etherreclame 54,9 mil joen (45,9 miljoen). De teruggang in de tien belangrijkste branches is bij de dagbladen het sterkst in de branches 'tabak en ta- baksprodukten', 'bovenkleding', en 'grootwinkelbedrijven in kleding'. Bij de damesbladen is de branche 'was- en afwasmiddelen' belangrijk achter gebleven in vergelijking met 1969. Wat de dagbladen betreft moet wor den bedacht dat de merkadvertenties minder dan de helft uitmaken van hun totale advertentie-inkomsten. De rest komt uit advertenties van plaat selijke bedrijven, personeelsadverten ties, gerubriceerde annonces en der gelijke. Bij de andere media, met name de dames- en familiebladen alsmede de radio en televisie, vormt de merkartikelreclame het grootste bestanddeel van het totale adverten tie-pakket, waardoor een veel beter inzicht kan worden verkregen. oprichting van U Reclame „J.iea- e„ advertentiebureau PRAD. gevestigd te Amsterdam. Keizersgracht 534, Tel. 33194 AJ„, Wil mijnheer Aronson niet vergeten dat het volgende maand 25 jaar geleden is dat hij deze introductie- advertentie van Prad in de vakpers plaatste? Een mythe. Zo noemt de media ana lyses division van de media afdeling van BBDO de vaakgehoorde stelling dat de gemiddelde Amerikaanse con sument wordt blootgesteld aan ten minste 1500 reclameboodschappen per dag. Het BBDO onderzoek toont aan dat de Amerikaanse mannen worden geconfronteerd met gemid- HpIH hnntlsrhiinno" nor Voor vrouwen is dit 305. Cijfers die dus beduidend lager liggen dan de ge schatte 1500. Dat getal is volgens Robert A. Wachsler, vice-president en director van BBDO's research en marketing information services, voor het eerst opgedoken in 1957 tijdens een redevoering van een directeur van een van de voornaamste packaged goods companies. Die uitspraak is zo'n dertien jaar ge citeerd, zonder dat de juistheid ervan is onderzocht. 'Wij zijn begonnen', aldus de heer Wachsler, 'de bron van de oorspronkelijke verklaring te ach terhalen. Al spoedig werd duidelijk, dat de gegevens niet uit onderzoek afkomstig waren en dat ze niet van toepassing waren op het gemiddelde Amerikaanse gezin.' Uit het onder zoek dat door BBDO is verricht blijkt dat de Amerikaanse man gemiddeld per dag 38 radio-commercials hoort en 35 tv-commercials ziet, 15 tijdschrift en 185 krantenadvertenties en 12 keer met buitenreclame wordt gecon fronteerd. De vrouw zag meer tv- commercials (48) en tijdschriftadver tenties (20), hoorde meer radio-com mercials (45), maar daartegenover stond een geringer aantal krantenad vertenties (182) en buitenreclame uitingen (10). De spreker tijdens de public lunch van het Genootschap voor Reclame op 18 december (aansluitend op de algemene ledenvergadering in Hilton Amsterdam) is bekend. Het is drs. D. J. da Silva, voorzitter van het algemeen bestuur en hoofd van de afdeling marke ting van het Raadgevend Bu reau ir. B. W. Berenschot NV. Het onderwerp luidt: 'Sportbe drijven: een trainingsoefening in marketing-denken'. Deelna me aan deze public lunch kost 12,50 p.p. (inclusief BTW). Schriftelijk aan te melden bij het GvR, N.Z. Voorburgwal 288, Amsterdam.

Revue der Reclame Expres nl | 1970 | | page 1