"f Een opdracht ter versiering van de wanden in de eerezaal van het Kaiser Wilhelmmuseum te Krefeld, volvoerde hij eenige jaren geleden; het gegeven motief betrof: de vier leeftijden in verband met de vier jaargetijden. Wie dit sterke en schoone werk goed bekijkt, bemerkt al zeer spoedig, dat daarin de ouderdom gemist wordt. Het was den kunstenaar niet mogelijk, de grijsaard weer te geven, als symbool van verval. Zulks was hem te mach tig en dat kon en wilde hij niet, omdat hij den ouderdom beschouwt als een vóórstadium voor de jeugd van een leven hierna. Ook de wandschilderingen van het Krefel- derhof, waar hij de elementen: water, land, lucht en vuur behandeld heeft, strak en blank, maar grootsch en breed, leveren het bewijs van zijn veelzijdige kunstuiting. De prachtig gestyleerde dieren, als adelaars, meeuwen, wilde ganzen, enz. zijn hem als dier bijzaak; zij gaan geheel in de ornamentiek <pp en daarmede is iets gezegd, dat voor de kunst van Prikker het meest typeerende is. In de behandeling van het ornament staat hij boven alle kunstenaars en alleen; voor hem is het geheele, tot patroon geworden ornament weer iets levends, vol be- teekenis en als zinnebeeldig iets geworden. Prikker is niettegenstaande de waardeering, die hij op zijn ouderen leeftijd heeft ondervonden en nog onder vindt, een eenzame gebleven, een dienende. Hij wordt nog heel weinig begrepen nu, en men begrijpt ook nu nog niet, dat de kunst moet dienen, en dat het werk, de idee, voegzaam moet zijn. De idee is bij hem als de godsdienst. Hij is een religieus kunstenaar, ook wanneer hij geen kerkelijke of religieuse opdrachten uitvoert. Hij legt gevoel en gedachten in zijn werk, die de eeuwen kunnen trotseeren, die al het verlangen dezer tijden, welke in het bovennatuurlijke reiken, vermoeden, en die wijzen naar de mogelijke vervulling. Men voelt in zijn werk steeds: zijn sterke bovennatuurlijke impuls, die zijn werk beheerscht; zijn steeds verheffen der materie tot vergeestelijking; zijn steeds verheerlijken van het natuur lijk aardsche tot het bovennatuurlijke Eeuwige. En ik meen, dat juist hierin ligt opgesloten: zijn groote betee- kenis voor de kunst. Tegenover alle verleugening stelt hij de waarheid, de echtheid; tegenover verwarring en verdeeldheid legt hij den nadruk op het eenvoudig ware, op het klare, op het in-zich-geslotene en knoopt daaraan vast: de groote tijd van het ontstaan van de christelijke idee. Prikker is een der grootste kunstenaars van den tegenwoordigen tijd! Mook. W. J. H. LEURING. bBMHH LA FIN D'UN ÈRE TEEKENING De foto's in dit nummer zijn gemaakt door de firma Oppenheim te Den Haag.

Wendingen Dutch nl | 1929 | | page 7