12 overigens, welke, naar het ons wil voorkomen, niet aan geven de begrenzing van haar talenten, maar veeleer de uit den aard nog wat enge horizon waarbuiten haar jeugd nog niet vermag meer dan vage beelden te zien, welke zij ons dan vertoont, met sterke intuïtie, zeker, maar ook met de neiging tot averechtsche veralgemee ning van het bijzondere, het vervormen bijvoorbeeld van een persoonlijke, in waarheid voor ieder ander weinig rijke episode tot een algemeen menschelijk drama, en met de opdringerigheid, welke der jeugd eigen is in haar ongeduidig pogen om de grenzen waarbinnen zij nog terug gehouden wordt, te violeeren. Die jeugdige neiging, opdringerigheid, zij gedemonstreerd aan de pop „De Non". Deze non betast met de handen een rozen krans, welke evenwel niet om haar hals hangt, maar ontspringt uit haar oogen. Nu is er niets tegen om van een rozenkrans iets meer te maken dan een boekhouding van de gebeden, zelfs is er niets tegen een rozenkrans te maken tot een aaneenrijging van tot tranen gestolden weedom, maar dit te doen op de al te directe wijze van aanhechting van de beide uiteinden van een krans aan de ooghoeken, welke overigens door dit procédé onmiddelijk tot op vilt of zeemleer aangebrachte figuurtjes worden, het is een opdringerigheid, waartegen ons verlangen om zeiven te ervaren, te begrijpen, te voelen, zich met kracht verzet. Dat niettegenstaande deze ernstige en kardinale fout toch de Non niet geworden is een ruwe karikatuur, maar blijft een nobele verbeelding van bewogenheid en vrome overgave, het pleit voor het talent van juffrouw Kots. Welk talent overigens overtuigend gedemonstreerd wordt door de ontwikkeling van haar, niet eens zoo omvangrijke poppen-oeuvre. Dit opent met een waarlijk al te natura listisch tafreel van een onschuldig herdersuurtje in een wel grappige, maar in esthetischen zin waardelooze mise- en-scène van een boompje en bloemetjes. In een tweede eveneens nog naturalistisch tafreel, verbeeldend een ge zonde en de wanverhoudingen constateerende kijk op MARIONET MARIONET

Wendingen Dutch nl | 1929 | | page 14