het averechtsche terug-naar-de-natuur-inzicht van onze Wandervögel, is reeds de ter zake niet dienende en ver warrende mise-en-scène achterwege gelaten, en met dit tweede beeld is tegelijkertijd de beginperiode van het wankele leeren loopen, geëindigd. Want dan, nu zij staan en zich bewegen kan, gaat Grietje Kots hooger grijpen, naar het wezen, naar de quintescence, naar de synthese. En zij grijpt raak. Er volgt een reeks beelden, welke elk voor zich, afgescheiden van de door de maakster vermeende inspiratie, meer of minder geslaagde, maar in elk geval kunstwerkjes zijn. De vraag doet zich voor of, indien dit werk inderdaad talentvol kunstwerk is, het niet betreurd moet worden, dat het wordt uitgevoerd in zoo vergankelijk en weinig stabiel materiaal. Naar onze meening is dit geen wezen lijk bezwaar. Deze meening ontstaat uit een complex van inzichten en verwachtingen, te ingewikkeld om er hier een volledige uiteenzetting van te geven, doch ten aanzien waarvan wij hier kunnen volstaan wellicht door in herin nering te brengen dat alle kunst van dit oogenblik nog verre van definitief is. Wij zitten midden in een evolutie en zijn nog verwijderd van een stabiele cultuur. Alles MARIONET MARIONET

Wendingen Dutch nl | 1929 | | page 16