wat wij doen is nog, meer of minder geslaagd, meer of minder gevorderd, experimenteeren, zóó zeer, dat het wel eens benauwt die experimenten te zien verricht in voor eeuwenduur bestemde materialen. Want mogen wij al trotsch zijn op wat wij dan nog vinden vaak in onze désolatie, wij hebben toch te waken tegen al te hooge vlucht van dien trots, en wij hebben ons ervan bewust te zijn dat het allermeeste van wat wij doen slechts documentaire waarde zal hebben voor de toekomst, en alleen voor een beperktheden ontroerende waarde,schoon- heidswaarde heeft. Welnu, dit zoo zijnde, geldt de vraag qu'importe Ie flacon pourvu qu'on aft l'ivresse? Natuurlijk, er zijn kunsten, de bouwkunst in de eerste plaats, die aangewezen zijn op bestendig materiaal, maar is er bezwaar om waar dit kan, minder duurzaam materiaal te gebruiken voor zelfs, ja, kunstwerken, ont staan in een periode, waarvan wij niet beter hopen kunnen dan dat zij maar zoo spoedig mogelijk tot hot vergeten verleden zal behooren, met alles wat er aan vast zat? Een andere vraag is of zich voor werk als deze poppen veel uitbreidingsmogelijkheid voordoet. Het ligt voor de hand dat de maakster, wil zij doorgaan dergelijke poppen te maken, zal moeten zoeken naar een weg waarlangs zij hen de wereld in kan sturen. En het wil ons voorkomen dat zij dien weg eerst zal vinden nu zij gekomen is van het maken van haar poppen als vrije kunstwerkjes tot het maken van marionetten, in welke evolutie zij zelve, naar wij den indruk kregen, de bevrijding voelt uit een impasse, waarin zij zich bewust was te zullen doodloopen. Inderdaad meenen wij dat eerst door deze marionetten kunst, welke haar een doel biedt op een hooger plan, welke haar de kans geeft tot zoo veel concreter uiting en zooveel dieper greep, haar talent tot volle ontplooiing zal kunnen komen. Wat wij van haar marionnetten zagen waren nog maar enkele proeven, die echter deden zien dat zij ook in dit werk wil vasthouden aan de goede beginselen, welke haar poppen tot zoo voortreffelijke stalen van een bijzondere kunst maken. T. LANDRÉ. MARIONET VOORSTUDIE

Wendingen Dutch nl | 1929 | | page 17